Niet bang om je angst te laten zien: ‘Klaar met doen alsof ik een succesverhaal ben’

Alleen, Triest, Depressie, Eenzaamheid, Jong

Nee, je bent geen loser als je kampt met angst. Sterker nog, je bevindt je in goed (en succesvol) gezelschap. Bovendien ben je lang niet de enige: maar liefst 1 op de 5 mensen heeft een angststoornis. Dus laten we er dan maar gewoon open en eerlijk over zijn, net zoals Mandy, Rosan en Amanda.

Hoogleraar klinische neuropsychologie Erik Scherder heeft vliegangst, faalangst en is als de dood voor de dood. YouTuber Dylan Haegens heeft last van paniekaanvallen en acteur en columnist Joy Delima heeft een sociale angststoornis. Zomaar een greep uit de BN’ers die in het kader van de campagne #openoverangst van Psychologie Magazine, een boekje open doen over hun angsten. Toch niet de minsten.
Dat het desondanks nodig is om te gaan praten over onze angsten, laten de cijfers zien. Uit een online poll van Psychologie Magazine blijkt namelijk dat ruim de helft van de mensen (54 procent) in het dagelijks leven last heeft van angsten. En 1 op de 5 heeft er zelfs zoveel last van dat er sprake is van een angststoornis. In dat geval beheerst een angst of meerdere angsten en paniek je leven. Tegelijkertijd geeft ruim 75 procent toe niet openlijk over zijn of haar angsten te durven praten en 70 procent voelt zich zelfs weleens ‘raar’ vanwege zijn of haar angst.

Ook Mandy, Rosan en Amanda hebben last van angsten, maar willen deze niet meer voor zichzelf houden.

‘Ik brulde zo lang totdat iemand me kwam halen’

Mandy (28) heeft last van claustrofobie.

“Mijn oma woont op dertig minuten rijden afstand van mij en in die dertig minuten ben ik bezig met de lift waarin ik moet stappen. Dan zeg ik tegen mezelf: ‘Ok, je gaat zo meteen met de lift. Je kan dit.’ Als ik mijn claustrofobie moet uitleggen aan mensen, dan zeg ik: stel, je bent als de dood voor spinnen en beeld je dan eens in dat je een ruimte instapt die gevuld is met spinnen. Zo voelt het voor mij om een lift of andere kleine ruimte in te stappen.
Mijn lichaam neemt het op zo’n moment over van mijn hoofd. Ik weet dat ik moet relaxen en rustig moet blijven ademhalen, maar mijn lichaam schreeuwt: ‘Ga weg. Nu. Niet doen.’ Ik krijg geen lucht, mijn hart gaat sneller kloppen en krijg het warm. Dat gevoel kan ik ook krijgen als iemand me een stevige knuffel geeft. Ook al is het een knuffel van mijn man of van mijn moeder, op zo’n moment wil ik die armen wegduwen en kan ik boos reageren. Dat voelt later heel gek, omdat het mensen zijn van wie ik houd, maar ik kan er niets aan doen.”
“Ik ben zeven jaar samen met mijn man. Vanaf het begin ben ik open geweest over mijn claustrofobie. Hij houdt er heel goed rekening mee. Een tijd geleden bezochten we een concentratiekamp in Tsjechië. Hij waarschuwde me voor de smalle gang waar we doorheen moesten. Maar ik wilde per se door die gang. Mijn man ging me voor. Dat ging goed totdat er mensen achter me kwamen lopen waardoor ik geen licht meer achter me zag. Toen voelde ik weer de paniek en wist ik: ik moet nú weg.
Er zijn twee ervaringen waardoor mijn claustrofobie kan zijn ontstaan of is verergerd, want zover ik me kan herinneren heb ik er altijd al last van gehad. Toen ik een jaar of zeven was en verstoppertje speelde in het huis van mijn oma, verstopte ik me in de meterkast die mijn neefje vervolgens op slot draaide. Ik heb zolang gebruld totdat iemand me uit die kast kwam halen. En toen ik twaalf jaar was, heb ik een keer opgesloten gezeten in een lift. Het leek toen alsof ik geen lucht kreeg. En dat gevoel heb ik steeds als ik een kleine ruimte instap: ik krijg niet genoeg zuurstof.”
“Ik moet de controle hebben. Ik daag mezelf uit door wel in een lift te stappen, maar dan wil ik wel vooraan staan en op het knopje kunnen drukken. Gek genoeg vind ik vliegen niet eng of het bezoeken van een concert ook niet. Zet me in de Ziggo Dome neer en ik weet precies waar de uitgangen zijn. Als ik dat maar weet. Op een kermis of een braderie waar veel mensen zijn, weet ik dat niet, dus dan kan ik in paniek raken.
Ik weet inmiddels ook hoe ik moet reageren om weer rustig te worden en dat is: heel bewust ademhalen. Snel een jas of vestje uitdoen om het wat koeler te krijgen en mijn longen vullen met lucht. Als ik voel ‘he, er is weer lucht’, dan voel ik me alweer rustiger.”

‘Ik wil alledaagse dingen kunnen doen’

Rosan van der Zee (24) heeft faalangst, (beeld)belangst en een angst voor drukke (onoverzichtelijke) plekken.

“Het klinkt misschien vreemd maar ik ben niet snel bang. Zet me maar op een podium neer, laat me een hoge berg beklimmen, paardrijden, noem maar op. Dat vinden mensen dan vaak knap, terwijl ik heel graag het alledaagse zou willen doen. Maar daarin word ik juist belemmerd door mijn angsten.
Ik kijk juist op tegen mensen die op jonge leeftijd al op zichzelf wonen, zelf de was doen, zelf schoonmaken, koken en de boodschappen doen. Ik woon nog bij mijn ouders en ontwijk drukke. onoverzichtelijke plekken omdat ik dan in paniek kan raken. Daardoor kan ik bijvoorbeeld niet goed boodschappen doen. Het hele proces van iets zoeken, rondlopen waar veel andere mensen zijn: ik wil er zo snel mogelijk weg. Zeker in coronatijd. Ik heb een verklaring dat ik geen mondkapje hoef te dragen, maar ik draag ‘m toch omdat ik niet weet hoe mensen op me gaan reageren als ze zien dat ik er geen draag. Dat vind ik zo mogelijk nog erger.”
“Mijn angsten hebben allemaal met onoverzichtelijkheid te maken. Ik kan heel goed leren. Ik weet dat ik slim ben. Maar ik heb al vijf opleidingen geprobeerd en nog geen enkele afgemaakt omdat ik de druk van school en de beoordelingen te hoog vind. Ik weet ergens wel dat ik het kan, maar door de druk raak ik in paniek en ben ik zo bang om te falen, dat ik het ook niet haal. Of ik heb door mijn eerdere hoge cijfers en mijn verschrikkelijke perfectionisme de lat zo hoog gelegd, dat ik bezwijk onder de druk.”

Beeldbellen wordt één grote brij

“Als ik word gebeld door een onbekend nummer, dan neem ik niet op. Ook niet als een bekende belt en ik weet niet waar het gesprek over kan gaan. Eerder belde ik nog wel eens met vrienden omdat zij het leuk vonden om zomaar te bellen. Dat vond ik doodvermoeiend. Ik wist niet wat er ging komen, wat ik moest zeggen en of ik niets geks zei. Nu weten ze: Rosan houdt niet van bellen.
Helaas gaat dat niet op voor beeldbellen tijdens mijn opleiding. Ik ben er toe verplicht maar het vreet zoveel energie. Dat komt omdat ik me niet goed kan focussen op de les. Er gebeurt zoveel op het scherm, maar tegelijkertijd ook in mijn eigen ruimte. Dit wordt één grote brij waardoor het voelt alsof het niet echt is en ik het op een gegeven moment niet meer weet.”
“Door deze angsten ga ik niet echt uit en – ook al houd ik erg van muziek – ga ik niet naar concerten. Dan ben ik toch alleen maar bezig met wat anderen om me heen gaan doen, wat ik moet doen, of iemand niet vervelend tegen me gaat doen en of ik niet bestolen word. Kortom: van de muziek krijg ik dan helemaal niets mee.
Ik heb de neiging om heel veel te doen, om de werkelijkheid te ontvluchten. Ik ga klimmen, schrijf het script en de muziek van een animatiefilm, ga acteren, echt van alles. Ik heb geen grenzen, want ik weet: zodra ik stilsta en een grens voel, dan kan het misgaan en kan ik in paniek raken.”

Niet meer het succesverhaal 

“Ik ben ervan overtuigd dat je je angsten moet confronteren. Daarom heb ik ook toegezegd dat je me kon bellen voor dit interview. Bovendien weet ik wat het doel is van dit gesprek. Ook ga ik volgend jaar beginnen met een opleiding verpleegkunde en krijg ik sinds een jaar ‘levensloopbegeleiding’ om me te helpen met het doen van dagelijkse dingen. Ook ben ik open over mijn angsten, want die zijn nu eenmaal onderdeel van wie ik ben. Vroeger verborg ik alles. Ik wilde het succesverhaal zijn dat ik volgens mijn hoge cijfers was. Daar was ik klaar mee.”

‘Het voelt alsof er een olifant op mijn borst zit’

Amanda (37) heeft angst om ‘nee’ te zeggen en daardoor mensen teleur te stellen en kwijt te raken.

“Ik lijd aan een bindweefselziekte waardoor ik minder energie heb en pijn doordat mijn gewrichten te los zitten. Hierdoor kan ik minder dan veel andere mensen. En daardoor moet ik ook vaker ‘nee’ zeggen. Maar ook al is deze ziekte een aangeboren aandoening, ik kreeg pas heel laat de diagnose. Tot die tijd stuitte ik op veel onbegrip. ‘Waarom doe je niet mee?’, ‘Je hebt toch niets?’ en ‘Is het niet psychisch?’ Als kind werd ik daardoor gepest en had ik geen vrienden.
Ik denk dat al het onbegrip uit mijn verleden tot mijn littekens en deze angst heeft geleid. Ik was altijd het probleem: ik kon niet meedoen. En als ik nu een ‘nee’ moet verkopen, bekruipt me de angst weer dat mensen boos worden, teleurgesteld zijn in mij en me uiteindelijk laten zitten. Ik wil niemand tot last zijn, door iedereen aardig gevonden worden en heb veel zelfreflectie. Op zich een goede eigenschap, maar mensen proeven deze zelfrelativering en daardoor walsen veel mensen over me heen.”
“Op dit moment ben ik alweer twee weken onrustig. Dat komt omdat ik laatst tot de conclusie ben gekomen dat een vrijwilligersfunctie waarop ik had gesolliciteerd, toch niet zo goed bij mij past. Ik had besloten: dit ga ik niet doen. Ik kan dan letterlijk wakker liggen van het feit dat ik deze functie per mail heb moeten afwijzen. Ik voel druk op mijn borst alsof er een olifant op zit, heb een rusteloos gevoel in mijn hele lijf en een ongemakkelijke kriebel in mijn keel. Het is een heel vervelend gevoel, dus probeer ik me te ontspannen om hier vanaf te komen maar dat vind ik lastig.
Door mijn angst ga ik vaak over mijn lichamelijke grenzen heen. Een voorbeeld: ik heb twee wandelmaatjes. Laatst deed de situatie zich voor dat beide vrouwen op dezelfde dag met me wilden wandelen. Omdat ik beiden niet wil teleurstellen, ben ik twee keer gaan wandelen terwijl ik door mijn ziekte daarvoor geen energie heb en dus over mijn grenzen ga. Maar liever lichamelijke pijn dan het moeten onderdrukken van dat rusteloze, ongemakkelijke gevoel.”

Minder taboe, meer begrip

“Om beter met mijn angst te leven heb ik met een coach gesproken. Zij zei: ‘laat het er zijn en geef het geen aandacht. Blijf vertrouwen dat het weggaat.’ Maar ik wil juist ook open zijn over mijn angst. Juist door er over te praten, wordt het taboe minder en leidt dit hopelijk tot meer begrip. Bovendien heb ik nu al een paar keer meegemaakt dat mensen me begrepen als ik ergens ‘nee’ op zei. Dat is dan letterlijk een verademing. Helaas lukt het me dan niet om op een volgende keer daarop te vertrouwen.”

Meest voorkomende angsten

  • Faalangst – om fouten te maken of iets niet goed te doen (71 procent)
  • Sociale angst ­ ­– voor de reactie of kritiek van anderen (70 procent)
  • Angst voor spreken in het openbaar (64 procent)
  • Angst voor de dood – dat een naaste ziek wordt of een ongeluk krijgt (62 procent)
  • Hoogtevrees (55 procent)
  • 30 procent van de mensen heeft last van angst voor eenzaamheid, kleine ruimten (claustrofobie), zelf ziek worden, autorijden, telefoneren en/of vliegangst.

BRON: https://www.msn.com/nl-be/gezondheid/medisch/niet-bang-om-je-angst-te-laten-zien-klaar-met-doen-alsof-ik-een-succesverhaal-ben/ar-BB1gqDwE?li=BBDNPrw

Men zou meer moeten praten over angsten. Als men ergens een angst voor heeft en men kan dit zeggen kan er rekening mee gehouden worden. Allemaal hebben wel een bepaalde angst. Maar niet bij iedereen neemt de angst de bovenhand. Zoals in het artikel voorkomt een angst hebben om nee te zeggen. Dat maakt dat men een speelbal wordt. Omdat ze weten dat je altijd klaar staat ongeacht hoe jezelf voelt. Juist dat maakt dat jezelf niet echt kan zijn. Angsten hebben zal het lichaam aan je laten voelen. Zweten geen lucht krijgen alert zijn. Als dit je lichaam gaat overmeesteren kom je terecht in een stoornis. Daar komt dan nog eens bij dat je eigenlijk jezelf ziek aan het maken bent. Je krijgt je lichaam niet onder controle. In de tekst komen de meeste voorkomende voor. Maar weet ook angst voor bepaalde dieren spinnen slangen. Maar ook smetvrees komt heel vaak voor. Ook jonge kinderen kampen vaak met angsten. En al zeker dat de ouders ergens een angst voor hebben. Dan wordt dit (on)bewust doorgegeven. Daar staan ouders vaak niet bij stil. Dat ze hun eigen angsten door kunnen geven aan hun kinderen. Waar ze later problemen door kunnen krijgen.
Als men een angst heeft moet men dit niet wegcijferen. Maar er over praten en soms hulp zoeken. Hoe om te gaan met je angsten. Vaak heeft het te maken met je ademhaling onder controle te krijgen. Zodat je de rust voelt in je lichaam. Of beter gezegd je de rust voelt wederkeren in je lichaam. Dat zeker niet makkelijk is en niet zomaar op een twee drie te leren is.
Als je als volwassenen kampt met een angst is het dus van belang om er over te praten en aan te geven. Zodat er rekening mee gehouden kan worden.

Auto, Coaching, Geestelijke, Mount, Coruña, Het Trilt

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

AUM MANI PADME HUM