Waarom we minder moeten roddelen en meer moeten gunnen

Afbeeldingsresultaat voor roddelen

‘Heb je gezien wat zij aanhad vandaag?’ De werkvloer van vandaag lijkt soms verdacht veel op het schoolplein van weleer. Kliekjes, roddels en nijd: wordt het vrouwelijk geslacht geplaagd door een onderstroom van geniepigheid en negativiteit? Misschien. Vast staat dat we het tij kunnen keren door onze onzekerheid te verdrijven. Weg bitchfactor, welkom gunfactor.

Komt een man op café. Hij zet zich aan de toog, geheel toevallig in de buurt van een groepje dames dat geanimeerd in een gesprek verwikkeld is. Gegniffel, gelach, eenstemmigheid in de vorm van een luide ‘Ja, zo is ze helemaal!’. De man spitst zijn oren. ‘Ze’ blijkt een andere vrouw uit hun vriendenkring te zijn, die in niet al te vriendelijke bewoordingen over de tongen gaat. ‘Vrouwen’, zucht de man hoofdschuddend. Herkenbaar? Of je nu de rol van gelegenheidsluistervink toebedeeld kreeg of je in het recente verleden ook met een groep vrienden op café bevond, het antwoord luidt – soms met rode wangetjes als nevenefect – ‘ja’. En hoewel de tooghanger uit het bovenstaande voorbeeld er een afwijkende mening op na houdt, wijst veelvuldig onderzoek uit dat zowel vrouwen als mannen niet vies zijn van het occasionele potje roddelen.

“Omdat het een band smeedt”, legt psychologe Roos Woltering uit. “Dat typische geluister achter iemands rug is een manier om aan plaatsbepaling te doen binnen een groep. We roddelen meestal over iemand die ons onzeker maakt. Door die ander even in een negatief daglicht te zetten, kom je er zelf weer wat positiever uit. Bovendien is het een soort controlemechanisme: bevestiging van je uitspraak – ‘Ja, die jurk staat haar écht niet’ – leert je dat je gedrag gewenst is, terwijl een afwimpeling – ‘Goh, ieder z’n eigen smaak’ – aantoont dat je gesprekspartner er anders over denkt. Ook komt geroddel soms voort uit een zekere aarzeling over ons eigen oordeel. Hoe meer we dat bekrachtigd zien door anderen – collega X vindt je baas ook wat bot – hoe sterker we overtuigd raken van ons gelijk.”

Toch zijn het vooral degenen met XX-chromosomen die met achterklap geassocieerd worden. Niet omdat ze het per definitie vaker doen, klinkt het bij de psychologe. Wel omdat roddelen als strijdwapen dichter bij hun persoonlijkheid aanleunt. Empathie, een eigenschap die aan vrouwen toegedicht wordt, speelt een grote rol. “Feit is dat beide seksen af en toe wat uit te vechten hebben onder elkaar. Alleen de manier waarop ze dat doen, verschilt. De strijd van mannen kenmerkt zich eerder door directe agressie. Zij staan ervoor bekend recht voor de raap te zijn, zowel verbaal als fysiek. Conflicten worden dan ook openlijk benoemd en desgewenst uitgepraat tussen pot en pint. Vrouwen zijn eerder indirect agressief, met dank aan hun goed ontwikkelde empathische vermogen. Dat stelt hen in staat om zich in de ander te verplaatsen.” Dat we vanuit het perspectief van de ander naar onszelf kunnen kijken, zorgt er automatisch voor dat aan het oordeel van de ander enorm veel waarde wordt gehecht. Ik denk dat ik het goed doe, maar wat zou de rest van de wereld daarvan vinden? Daardoor ga je je vergelijken, wat onzekerheid met zich meebrengt. En laat roddelen nu net dé ideale manier zijn om die twijfels te verdrijven.” Roddelen komt dus voort uit een bepaalde strijd. En in tegenstelling tot wat de over de grond rollende en aan elkaars haren trekkende vrouwen op televisie ons willen doen geloven, vechten we die nog het liefst uit met geluister achter elkaars rug om. Maar wat hebben we dan precies uit te vechten met de collega over wie samenzweerderig gekletst werd bij de koffieautomaat?

Gelijkheid troef

Om het fenomeen te begrijpen, moeten we volgens loopbaancoach en bedrijfskundige Vréneli Stadelmaier terug naar het speelplein. Ook daar vieren kliekjes, roddels en nijd hoogtij. En vooral: conformisme is de norm. “Terwijl jongens elke activiteit aangrijpen om te bepalen wie ergens het best in is, vormen meisjes groepjes die elk hun eigen ongeschreven regels hebben, met het gelijkheidsprincipe als credo. Niet in de competitie, maar juist in de gemeenschappelijkheid vinden ze hun vriendschap. Hetzelfde soort kapsel, type jas of schoenen: vriendinnetjes van dertien à veertien zijn al vanaf een afstand te herkennen. And there’s no I in ‘team’: zodra er een met haar hoofd boven het maaiveld uitsteekt, voelt dat aan als verraad, als een bedreiging voor de rest. Die denkwijze ontgroeien volwassen vrouwen niet helemaal: ze blijven op zoek gaan naar degenen die qua normen en waarden, levensstijl en overtuiging zoveel mogelijk gelijk zijn. Het succes van een ander steekt dan weleens de ogen uit.” Maar ook ingesleten patronen doen hun duit in het zakje, vervolgt Vréneli. “Leg dertig vrouwen een foto van een man en een foto van een vrouw voor en geef hen vijf seconden om ‘de CEO’ eruit te pikken. Het merendeel zal naar het portret van de man grijpen.

Omdat we leiderschap nog steeds onbewust associëren met mannelijkheid. Daarnaast rijmt het beeld van een vrouwelijke baas niet met de typische eigenschappen die we vrouwen toedichten: lief, bescheiden, dienstbaar, Zij die wel de top bereiken, mogen commentaar van heel wat mannen én vrouwen verwachten. Gelukkig is het tij langzaam aan het keren.” “Vrouwen kunnen én mogen nu alles, en gelukkig maar”, vult psychologe Roos Woltering aan. “Toch zijn er tegelijkertijd nog heel wat ongeschreven regels. Een man die thuisblijft om voor het zieke kind te zorgen is een rariteit, een vrouw die voor een kindergriepje een dag vakantie neemt een evidentie. Bovendien zijn heel wat van die impliciete gedragscodes in strijd met elkaar. Als vrouw moet je carrière maken, maar liefst niet té: brengen je kinderen meer dan drie dagen in de crèche door, dan ben je een afwezige moeder. Maar zet je je carrière even op pauze voor je gezin, dan noemen ze je dom of ambitieloos. En dan heb ik de hele borstvoedingsdiscussie nog niet eens bovengehaald.”

Borstvoedingsmaffia of schoolpleinelite, vast staat dat moeders – en vrouwen bij uitbreiding – maar al te snel klaarstaan met een oordeel over elkaar. Gek op zich, want na de strijd om los te raken van de haard zou je toch verwachten dat we met z’n allen massaal aan hetzelfde zeel trekken? Zowel Woltering als Stadelmaier vergelijken de hele kwestie met een krabbenmand. Voor wie niet zo vertrouwd is met het gedrag van de beestjes: zet een krab in een emmer, en ze slaagt er moeiteloos in om te ontsnappen. Maar als diezelfde krab in een mand vol soortgenoten omhoogklimt, trekken de anderen haar terug naar beneden. Dat doen vrouwen ook. Terwijl we elkaar juist een duwtje zouden kunnen geven om die mand uit te komen.

Niet afgunst of jaloezie, maar vooral onze onzekerheid belemmert de teamspirit. Vanuit de wetenschap dat roddelen de ideale manier is om onzekerheid te verdrijven, is het niet gek dat de collega die er schijnbaar moeiteloos in slaagt om haar gezinsleven met haar carrière te combineren door de mangel gehaald wordt. Of dat het opluchting brengt om te gniffelen over de kledingkeuzes van je vrouwelijke baas, die het succes boekt waar jij van droomt. Maar eerlijk is het niet. “Vrouwen moeten eraan wennen dat we onze positie niet meer ontlenen aan onze man, maar dat we tegenwoordig zelf bepalen waar we staan en wie we zijn. En dat we veel meer aan elkaar kunnen hebben als we positief gestemd zijn over elkaar, elkaar een duwtje geven waar nodig. Zodat we allemaal kunnen groeien”, stelt Vréneli. “Gelukkig maakt vijandigheid langzaamaan plaats voor solidariteit. Dat de genderlabels die kleven op beroepen als brandweerman, CEO of verpleegkundige verdwijnen, doet het krabbenmandefect slinken.”

Stoppen met roddelen

 Vréneli Stadelmaier: “Roddelen gebeurt over iemand die er niet bij is. Het schept een band tussen de deelnemende partijen, maar gaat wel ten koste van het onderwerp van het onderonsje. Dat is niet alleen onaardig, maar tevens heel bedreigend: stiekem besef je namelijk dat jij ook zo over de tong zal gaan als je moet afzeggen voor de volgende vriendinnendate, of een keertje past voor een lunch met collega’s. Hoe de bitchfactor een gunfactor kan worden? Eén: stop met roddelen. Twee: stop met roddelen. Drie: stop met roddelen.” Roos Woltering: “Probeer oordeelloos naar elkaar te kijken, waarbij kritiek plaatsmaakt voor nieuwsgierigheid. Dat iemand het anders doet dan jij, hoeft niet te impliceren dat jouw keuze niet de juiste is. Zo valt een blok onzekerheid weg.”

Roos Woltering: “Uit onderzoek blijkt dat vrouwen een mannelijke baas verkiezen. ‘Omdat mannen rechtdoorzee zijn’, is de vaakst gehoorde reden. Vrouwen willen niemand voor het hoofd stoten, maar van al dat rond de pot draaien wordt niemand gelukkig. Privé of professioneel: durf te zeggen waar het op staat.” Vréneli Stadelmaier: “In mijn praktijk gaf ooit een vrouw af op haar leidinggevende. Ze ergerde zich omdat ze nooit vroeg hoe het met haar kind ging, of ze goed geslapen had en of ze leuke vakantieplannen had. Ik vroeg of ze dat ook gezegd had als het een man geweest was. ‘Natuurlijk niet’, antwoordde ze. Op de werkvloer zien vrouwen elkaar al snel als vriendinnen. Fijn dat het zo gezellig is, maar op de werkvloer is het niet al plezier wat de klok slaat. Commentaar op je werk voelt zo al snel aan als een aanval op de vriendschap. Probeer het niet persoonlijk te nemen en relativeer: het hoeft niet altijd leuk en gezellig te zijn op kantoor.”

Uit de negatieve spiraal

 Vréneli Stadelmaier: “De vrouwelijke groepsdynamiek is er een die berust op gelijkheid. Om die te bereiken, maken we ons bewust zo klein mogelijk. Dat merk je zelfs al bij kinderen. Toen ik taximama voor mijn zoontje en zijn hockeyploeg speelde, hoorde ik vooral dingen als ‘Ik was echt goed vandaag!’ en ‘Hebje mijn goal gezien?’. Bij mijn dochter en haar vriendinnen was de sfeer altijd een pak minder uitbundig: ‘Wat was ik slecht vandaag!’, ‘Ik moet een nieuw shortje hebben, hier lijken mijn benen dik in’ … We willen anderen niet het gevoel geven dat we boven de groep uit willen steken, en daarom halen we onszelf naar beneden. Dat zie je ook later. Vrouwen houden hun mond tijdens vergaderingen uit angst om iets verkeerds te zeggen, of solliciteren uit onzekerheid niet voor een hogere functie.”

Roos Woltering: “Een cliché is een cliché om een reden. De boze stiefmoeder uit sprookjes, het domme blondje van de cafémoppen of vrouwen die afgunst in hun DNA hebben: hoe meer we erin geloven, hoe meer het waarheid wordt. Dingen gegund worden start met zelf gunnen: denk eens na over wat je kan betekenen voor een ander. Lach niet groen als je collega tijdens een meeting komt aandraven met een goed idee, maar bekrachtig haar daarin.” Vréneli Stadelmaier: “De vooroordelen zitten diep, maar door elkaar vooruit te helpen, kunnen we dat veranderen. Zo introduceerde Michelle Obama het ‘amplifying’-fenomeen: tijdens vergaderingen in het Witte Huis spraken vrouwen af om elkaar te herhalen als een van hen een goed idee lanceerde. Zo helpen vrouwen elkaar om gehoord te worden. Bovendien hoef je zo niet langer elkaars outfit te bekritiseren bij de koffieautomaat: stof tot praten genoeg, met al die interessante inzichten van je collega’s.”

BRON: https://www.hln.be/nina/psycho/waarom-we-minder-moeten-roddelen-en-meer-moeten-gunnen~a627edf9/

Wie doet het al eens niet? Maar men kan positief roddelen en negatief. En vaak heeft het te maken met het laatste. Mensen die roddelen hebben vaak zelf moeilijkheden waar ze niet mee naar buiten durven komen, of deze bespreekbaar maken. De persoon waar men over roddelt is er nooit bij, en als het dan nog aan de oren komt van de persoon wordt het soms nog helemaal anders gezegd. 
Maar er zijn ook mensen die graag de roddels aanhoren. Die zich bewust openstellen om het gepraat te horen. Juist voor deze mensen moet men schrik hebben. Want het zijn deze die van een klein vuurtje en bosbrand kunnen maken.
We mogen ook niet vergeten dat de meeste roddels nu via gsm of pc gaan. 

Afbeeldingsresultaat voor roddelen

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

AUM MANI PADME HUM