Werelddag Geestelijke Gezondheid: 5 prangende vragen over depressie aan experten

Unsplash
Hoe het met ons gaat? ‘Goed’ luidt het sociaal wenselijke antwoord. Maar soms is het leven niet ‘top’, ‘ça va’ of ‘wel oké’: 1 op de 10 Belgen krijgt eens in zijn leven te maken met een depressie. Wij stelden enkele prangende vragen aan experts over een van de meest voorkomende ziektes ter wereld.

1. Waar trek je de lijn tussen een dipje en een depressie?

Katrijn Broothaerts, klinisch psychologe en projectmedewerker bij Depressiehulp: “Iedereen voelt zich af en toe weleens verdrietig of down. Als dat te vaak gebeurt en te lang aanhoudt, vormt dat een reden om aan de alarmbel te trekken. Een depressie beïnvloedt namelijk heel je leven. De DSM of Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders onderscheidt negen verschillende symptomen. De eerste twee, een continue sombere stemming en een verlies van interesse en plezier in de activiteiten die je vroeger als ontspannend ervaarde, gelden als de voornaamste. Daarnaast zijn futloosheid, slaapproblemen, veranderingen in je eetlust, schuldgevoelens, concentratiemoeilijkheden, rusteloosheid of net vertraagd bewegen en suïcidale gedachten belangrijke signalen. Ervaar je minstens vijf van die symptomen en houden ze minimaal twee weken aan, dan spreken we van een depressie.”

Patrick Luyten, hoogleraar psychologie (KU Leuven): “Eigenlijk is depressie an sich een heel normaal fenomeen. In die zin wijst de onmogelijkheid om je slecht te voelen eerder op een problematiek dan een neerslachtige episode. Ook de symptomen die aan depressie gelinkt worden, zijn dimensionaal: iedereen heeft weleens last van slapeloosheid, een verstoorde eetlust of lusteloosheid. De grote vraag is dan ook waar precies de ‘normaliteit’ stopt en de klinische depressie begint. De grens tussen een dip en een depressie is voor een stuk arbitrair, gebaseerd op de inschatting van een professional. Om makkelijker een lijn te trekken kwam men tot een consensus in de vorm van negen criteria.”

“Een ‘normale’ depressie heeft een belangrijke signaalfunctie: het wijst je op wat je moet veranderen in je leven om opnieuw gelukkig te zijn. Bij een klinische depressie verdwijnt die adaptieve functie en treedt een soort tunnelvisie in de plaats. Verandering lijkt onmogelijk en de negatieve gevoelens worden allesoverheersend.”

2. Wat is het verschil tussen een burn-out en een depressie?

Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde en directeur van de dienst ‘Kennis, Informatie & Research’ van IDEWE: “Beide begrippen worden vaak samen in de mond genomen. Ze zijn dan ook moeilijk van elkaar te onderscheiden, omdat ze beide langdurige mentale problemen zijn. Toch is de oorzaak anders. Een burn-out is een energiestoornis: door langdurige overspanning op de werkvloer loopt de batterij helemaal leeg. Die werkgerelateerdheid zit in de definitie van burn-out vervat. Een depressie daarentegen is een stemmingsstoornis: er is geen levenslust meer, waardoor alle aspecten van het leven eronder lijden. Momenteel gaan we met bloedprikken na of er ook biologische verschillen waarneembaar zijn tussen burn-outpatiënten en mensen met een depressie. Daarvoor focussen we ons op twee soorten genen: de groep genen die een rol speelt bij stressreacties en de groep die een rol speelt bij de regeling van ons gemoed en ons gedrag. Verwacht wordt dat bij burn-out vooral afwijkingen te vinden zullen zijn ter hoogte van de eerste groep genen, terwijl het bij depressie eerder zal gaan over verschillen in respons van de genen die tussenkomen in de regulatie van de gemoedstoestand. Op de definitieve conclusie is het helaas nog even wachten.”

Professor Patrick Luyten: “Daar zijn al bibliotheken over geschreven. Als de klachten zich beperken tot de werkcontext en verdwijnen wanneer je een andere job zoekt of nieuwe taken toebedeeld krijgt, dan valt er inderdaad een apart fenomeen te identificeren. Maar wat je bij burn-outpatiënten vaak ziet, is dat ze al hun hele leven lang vastzitten in een bepaald patroon: ze moeten zich bewijzen, want dan pas zullen ze graag gezien worden. Die hang naar perfectionisme zet zich ook op andere domeinen door, waardoor het hele prestatie-element breder gaat dan de werkcontext en de voedingsbodem vormt voor een depressie.”

3. Welke rol speelt het gelukshormoon serotonine?

Professor Patrick Luyten: “Ten eerste vind ik het wat kort door de bocht om serotonine als ‘gelukshormoon’ te bestempelen. De waarheid is helaas saaier: serotonine is een van de neurotransmitters die inwerken op onze hersenen en zo mee onze stemming bepalen. Er is inderdaad heel wat wetenschappelijke evidentie dat die deels biologisch bepaald zijn, waardoor je de invloed van stoffen als serotonine en oxytocine dus niet mag minimaliseren. Bovendien werken heel wat antidepressiva in op de aanmaak van serotonine. Dat is waarschijnlijk waar het idee vandaan komt dat de hoeveelheid serotonine een directe invloed uitoefent op je risico op depressie. Het biologische aspect kan inderdaad een rol spelen, maar we mogen niet uit het oog verliezen dat er nog heel wat andere factoren zijn. ‘Relatie’ en ‘prestatie’ blijken twee kernwoorden. Het gevoel niet geliefd te zijn en een gebrek aan autonomie worden namelijk het vaakst geïdentificeerd als depressietriggers.”

4. Ontstaat een depressie werkelijk in onze darmen?

Jeroen Raes, professor microbiologie (VIB en KU Leuven): “De link tussen onze darmflora en onze gemoedstoestand onderzoeken we nog volop in het Vlaams Darmflora Project, waarvoor we duizenden stoelgangstalen van Vlamingen verzamelden. Het is dus nog wat te vroeg om uitspraken te doen, al staat vast dat er de laatste jaren heel wat interessante studies gepubliceerd zijn die in de richting van een verband wijzen. Kleine kanttekening: het gros daarvan betreft muisonderzoek. Zo werd de angstigheid van proefdieren gemeten nadat ze een fecale transplantatie ondergaan hadden. Opmerkelijk was dat een bepaald deel van de groep net minder angst vertoonde dan voor de transplantatie, terwijl er bij een ander deel juist het tegenovergestelde effect gemeten werd. Dergelijke resultaten zijn op z’n minst interessant te noemen en zetten ons ertoe aan om de menselijke darmflora van naderbij te bekijken.”

“Tegelijkertijd zijn er al een hele hoop hypotheses die mogelijk verklaren hoe onze darmen ons gemoed – en daarbij de kans op depressie – zouden kunnen beïnvloeden. Zo wijzen studies uit dat onze darmen neurotransmitters als dopamine en gamma-aminoboterzuur of GABA produceren, stoffen die mogelijk op de hersenen kunnen inwerken via de zenuwbaan die tussen de hersenen en de darmen loopt. Langs die nervus vagus zouden de darmbacteriën dus op de een of andere manier kunnen communiceren met onze hersenen. Maar er zijn nog een hele hoop andere mogelijke mechanismes. Dat de darmflora op de hersenen inwerkt via ontstekingsreacties, bijvoorbeeld.”

“Of we depressie over 10 à 15 jaar kunnen behandelen door de darmflora te wijzigen? Dat denk ik wel, op voorwaarde dat, ten eerste, er daadwerkelijk een associatie aangetoond wordt tussen onze darmflora en onze gemoedstoestand. Oftewel: dat mensen met een depressie daadwerkelijk een verstoorde darmflora hebben. Daarnaast moet er sprake zijn van causaliteit. Veroorzaakt de darmflora de ziekte, of is die er een gevolg van? Of werkt het in beide richtingen? Kortom, momenteel is er heel veel rook, maar zien we nog geen vuur.”

5. Welke behandeling werkt het best: praten of pillen?

Professor Patrick Luyten: “Het antwoord is iets complexer dan dat. Ten eerste is een goede diagnostiek cruciaal. Is het de eerste depressie en spelen er vooral omgevingsfactoren als relationele problemen of een ontslag? Of is er eerder sprake van een chronisch probleem met een familiale achtergrond? Ten tweede kent elke behandelvorm heel wat vooroordelen. Zo zou je een zombie worden van pillen, terwijl ‘babbeltherapie’ tot niets zou leiden. Antidepressiva bevorderen de prikkeloverdracht tussen de zenuwcellen, waardoor ze inderdaad invloed hebben op de hersenen. Maar de tijd dat ze je wil- en lusteloos maakten, ligt al ver achter ons. Wat psychotherapie betreft: dat is een gestructureerde, op wetenschappelijke theorie gebaseerde methode van luisteren, praten en reageren. Kijken we naar de effecten op korte termijn, dan zullen pillen bepaalde symptomen – interesseverlies, ontmoediging en neerslachtigheid – net iets sneller verlichten dan therapie. Maar na een paar weken behandeling is er geen enkel verschil meer merkbaar. Bovendien zijn alle onderzoeken unaniem: de ene oplossing is niet ‘beter’ dan de andere. Hoewel de effectiviteit telkens per individu verschilt, kan je stellen dat antidepressiva en therapie complementair werken. Bij de behandeling van depressie komt het er in eerste instantie vooral op aan om de patiënt uit zijn tunnelvisie te halen. Zodra het idee doorbroken is dat er geen uitweg meer is, ligt de weg naar genezing open. In die context spreken we van een placebo-effect: het geloof dat je behandeling heil zal brengen, helpt je er al deels bovenop.”

BRON: https://www.hln.be/nina/fit-gezond/werelddag-geestelijke-gezondheid-5-prangende-vragen-over-depressie-aan-experten~a7e17459/

Je hebt een emmertje en dat geraakt niet snel vol in je leven. Maar op een moment raakt het wel eens vol en dan is het juist een druppel die hem kan laten overlopen. Vaak komt het voor bij mensen die heel wat moeten dragen en die er niet altijd volledig over kunnen praten, en het voor zichzelf niet kunnen plaatsen. Men heeft het ook niet altijd door dat je aan de laatste druppel zit. Als de bom dan barst is dat ook vaak eerst tegen de verkeerde mensen, ik bedoel met verkeerd die nauw verbonden staan bij je. Dat maakt het nog moeilijker ook om over iets te praten. Je wilt maar een ding LAAT ME MET RUST. Nu hoe geraak je eruit. Door even alles te laten voor wat het is. Maar ook moet je proberen om er terug bovenop te komen. Soms kan het niet anders dan met medicatie maar het kan ook met alternatieve middelen. Al willen bepaalde hier niets van weten of staan er niet voor open dat het helpt. En praten het is een combinatie van beide die je erboven op kan helpen.
Het is niet alleen een geestelijk probleem maar vaak gepaard met lichamelijke problemen. En ook daar moet je aan werken.
Voor je terug het gevoel krijgt gelukkig te zijn om je hard aan jezelf gewerkt.

VERGEET NOOIT JE ZIT ER SOMS SNELLER IN DAN JE DENKT, EN ERUIT KOMEN KAN LANG DUREN

Gerelateerde afbeelding

 

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

AUM MANI PADME HUM

Advertenties