Sommige slachtoffers van pesten op het werk vroegen erom? 10 procent van de collega’s zegt ja

KU Leuven en vacature.com analyseren reactie van collega’s bij pesten op werk

Stel dat een collega gepest wordt, grijpen we dan in of kijken we gemakshalve de andere kant op?
Shutterstock Stel dat een collega gepest wordt, grijpen we dan in of kijken we gemakshalve de andere kant op?
Een opvallend aantal werknemers in ons land rekenen wekelijks af met pesterijen. Ongeveer 3,5 procent gaat er zelfs mentaal aan onderdoor. Nochtans zou veel ellende kunnen vermeden worden als collega’s en leidinggevenden alerter reageren. Vaak is het immers hun reactie die ervoor zorgt dat pesterijen stoppen dan wel escaleren. Sommige collega’s geven vandaag al het goede voorbeeld, zo blijkt uit een rondvraag van KU Leuven in samenwerking met vacature.com.

We hebben ze allemaal al wel eens gezien of gelezen, de getuigenissen van mensen die fysiek of verbaal worden aangevallen terwijl omstaanders doen alsof hun neus bloedt. Sociaal psychologen noemen dit het ‘omstaander- of bijstaandereffect’: hoe meer mensen er bij elkaar zijn, hoe kleiner de kans dat er hulp geboden wordt. Talrijke verklaringen hiervoor zijn al onderzocht, maar de meeste plausibele is die van de gedeelde verantwoordelijkheid. Zodra er verschillende mensen betrokken zijn, voelt niemand zich nog echt verantwoordelijk. “De anderen zullen wel reageren”, redeneren we. Of we denken dat het allemaal niet zo erg is, “omdat niemand iets doet.”

Niet wegkijken

Hoe vertaalt zich dit nu naar de werkvloer? Stel dat een collega gepest wordt, grijpen we dan in of kijken we ook dan gemakshalve de andere kant op? Om dat te onderzoeken, lanceerden KU Leuven-professor Elfi Baillien en doctoraatsonderzoeker Katrien Vandevelde eind januari samen met vacature.com een oproep tot getuigenissen. Alles samen ontvingen we ruim 200 ingevulde formulieren. Circa honderd deelnemers vulden de enquête puur als slachtoffer in. Hun antwoorden werden in deze analyse niet verder onderzocht.

De resultaten dan. In tegenstelling tot de verwachtingen van de onderzoekers gingen de meeste collega’s wel degelijk tot actie over. Sommigen kaartten hetgeen ze gezien hadden aan bij hun leidinggevende of vertrouwenspersoon (63%), anderen boden het slachtoffer een luisterend oor aan (56%) en nog anderen spraken de dader op zijn gedrag aan (52%). Slechts een derde van de werknemers had helemaal niks gedaan. Collega’s die zelf al pesterijen hadden meegemaakt, reageerden opvallend vaker dan andere collega’s.

vacature.com en KU Leuven

“Dit zijn hoopgevende resultaten”, vindt onderzoekster Katrien Vandevelde. “Het pessimistische beeld dat uit eerdere onderzoeken naar boven kwam, blijkt niet te kloppen. Het is helemaal niet zo dat collega’s wegkijken als ze pesterijen vaststellen. Uit de reacties die wij hebben verzameld, blijkt net dat getuigen zich positief tegenover slachtoffers opstellen.”

Dat deze studie eerdere bevindingen weerlegt, heeft volgens de doctoraatsstudente met de manier van onderzoeken te maken. “De meeste studies vertrekken vanuit een experimentele setting. Deelnemers krijgen bepaalde situaties voorgelegd en moeten aangeven hoe ze erop zouden reageren. Ze moet het zich proberen voor te stellen, ook al hebben ze er niet per se ervaring mee. Voor ons onderzoek zijn we expliciet op zoek gegaan naar getuigen, mensen die in hun eigen omgeving een of andere vorm van pesten hebben meegemaakt. Dat leidt blijkbaar tot andere resultaten.”

Victim blaming

Tot diezelfde conclusie komen we wanneer we de antwoorden rond de oorzaken van de pesterijen analyseren. Anders dan in voorgaande onderzoeken leggen de getuigen de schuld niet – of slechts in geringe mate – bij de slachtoffers. Zeker bij wie zelf ooit al gepest is geweest, is dat zo.

vacature.com en KU Leuven

“Het bevestigt het vermoeden dat de oorzaak van pesterijen eerder bij werkomstandigheden moet gezocht worden dan wel bij de persoonlijkheidskenmerken”, reageert professor Elfi Baillien, die al veertien jaar met onderzoek naar pesten op het werk bezig is. “Zo weten we intussen dat stress een belangrijke trigger is. Hoger werkritme, nakende herstructureringen, weinig autonomie, onduidelijkheid over het takenpakket, te weinig uitdaging. Al wat werknemers onder druk zet, blijkt een voedingsbodem voor pesterijen.”

Toch gaan slachtoffers ook in deze studie niet helemaal vrijuit. Hun ‘anders zijn’ ligt voor twee op de drie getuigen/collega’s mee aan de basis van de pesterijen. Vandevelde: “Dat anders zijn, is iets wat slachtoffers zelf dikwijls aanhalen als verklaring voor de pesterijen. Helaas hebben we vanuit het onderzoek nog nooit exact kunnen benoemen wat dat anders zijn dan precies is. Deze studie, die vertrekt vanuit het standpunt van de omstaanders en dus een nieuw licht op de zaak werpt, heeft op dat vlak geen verheldering kunnen brengen.”

Volgens de getuigen klopt het in elk geval niet dat het slachtoffer niet bij de organisatie past of ongeschikt is voor de functie. Ongeveer negen op de tien collega’s geven aan dat het slachtoffer goed met de organisatie en de job matcht. Een kwart vindt ook dat het slachtoffer qua persoonlijkheid en waarden complementair met het team is. “Van deze resultaten staan we eerlijk gezegd zelf een beetje te kijken”, reageert Katrien Vandevelde. “Want als we diezelfde vragen aan de slachtoffers voorleggen, dan komen we net tot de omgekeerde conclusie. Zij vinden juist dat ze minder goed bij het team, de job en/of de organisatie passen. Mogelijk wijzen deze resultaten erop dat de blik van de slachtoffers door die pesterijen bezoedeld is. Het kan goed zijn dat werknemers zich door de pesterijen minder zeker over hun werk voelen en zichzelf daarom een lagere score geven.” In de toekomst hopen de onderzoekers ook meer vat op de motieven van de dader te krijgen, want misschien moet ‘het anders zijn’ wel aan die kant gezocht worden. Mogelijk wijken de waarden van de dader sterk af van die van de groep en/of het slachtoffer.

De baas heeft het gedaan?

Alles bij elkaar bevat de studie heel wat waardevolle inzichten voor wie met preventie bezig is. Dat zoveel deelnemers de leidinggevende als dader aanduiden – 87 procent in deze studie – is bijvoorbeeld een opvallende noodkreet van de getuigen in dit onderzoek. Zij verwachten dat managers hun rol spelen en verantwoordelijkheid nemen als het uit de hand loopt. “Ik denk, in lijn met internationaal wetenschappelijk onderzoek, dat dat hoge cijfer voor een stuk uit ontgoocheling voortkomt”, reageert Baillien. “Werknemers gaan ervan uit dat hun leidinggevende ingrijpt wanneer er op de werkvloer iets fout loopt. Gebeurt dat niet, dan gaan ze hem als een deel van het probleem zien, als een dader zeg maar. Bedrijven zouden dus gerust nog meer mogen inzetten op coaching en psychosociale vorming van leidinggevenden. Managers moeten leren om signalen van werknemers tijdig te zien en juist te interpreteren. Pesterijen in de kiem smoren, is voor hen een belangrijke opdracht.”

vacature.com en KU Leuven

Maar ook collega’s kunnen hierin hun steentje bijdragen. Dat velen sympathie hebben voor het slachtoffer – zoals blijkt uit deze studie – betekent dat er ruimte is om hen bij het beleid te betrekken. Van de getuigen in deze studie trok een ruime helft aan de bel bij een leidinggevende of een vertrouwenspersoon. “Dat kan je als organisatie verder stimuleren door nog meer over je antipestbeleid en je preventiemaatregelen te communiceren”, vertelt Vandevelde. “Zorg ervoor dat iedereen weet waar hij met zijn verhaal terecht kan. Elke werknemer zou de contactgegevens van de vertrouwenspersoon of de externe preventiedienst moeten kennen of tenminste weten waar hij ze kan vinden. Hang het uit in de refter, communiceer erover op je intranet of wijs er eens op tijdens een informeel gesprek.” Ook naar de dader en het slachtoffer toe vindt ze dat collega’s nog meer uit hun schelp zouden mogen komen. “Het lijkt erop dat werknemers nog niet goed beseffen welk effect hun tussenkomst kan hebben. Aangezien veel daders verder bouwen op de reactie van anderen, kun je als collega wel degelijk het verschil maken.”

BRON: https://www.hln.be/geld/vacature-com/sommige-slachtoffers-van-pesten-op-het-werk-vroegen-erom-10-procent-van-de-collega-s-zegt-ja~a158603a/

Wie vraagt erom om het zwart schaap in de kudde te zijn? Niemand. Het is pesten en vaak wilt het slachtoffer dat niet maar probeert ook het nodige eerst om een dag goed door te komen. Er zou nog meer aandacht aan gegeven moeten worden. Want net als bij jongeren gaat het op een werkvloer er ook soms zo aan toe. Dat er bepaalde van de collega’s gepest worden. Dat gaat dan vaak op een heel andere manier dan bij jongeren. Meer psychisch maar ook ongewenste aanrakingen.
Als je met dit geconfronteerd wordt durf dan ook te handelen zodat een slachtoffer van pesten weet dat deze hulp kan krijgen. Praten kan helpen met beide. Trek nooit iets uit elkaar want dan kan je het probleem nog erger maken.
Dit komt niet alleen voor bij vrouwen ook mannen worden hier slachtoffer van. Ook vrouwen die mannen pesten of het leven zuur maken op een werkvloer.

Afbeeldingsresultaat voor pesten op het werk

Afbeeldingsresultaat voor pesten op het werk

 

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

AUM MANI PADME HUM

Advertenties