Emotionele video van nonnen die Larung Gar uitgezet worden in ‘religieuze winter’

Deze emotionele beelden tonen nonnen, die Larung Gar verlaten aan het einde van september, nu de autoriteiten doorgaan met het uitzetten van de religieuze beoefenaars en de sloop van hun huizen.

  • Op social media circulerende videobeelden tonen huilende Tibetaans boeddhistische nonnen, terwijl degene die gedwongen worden om het religieus instituut Larung Gar te verlaten, zich voor vertrek verzamelen van.
  • Nieuwe beschikbare gekomen informatie uit het gebied bevestigen de massa-uitzettingen, zowel in Larung Gar, een van ’s werelds grootste boeddhistische centra en Yachen Gar, een religieuze kamp in de afgelegen graslanden, eveneens in Sichuan.
  • Op beide locaties zijn er aanwijzingen voor bouwwerkzaamheden en de ontwikkeling van infrastructuur, in overeenstemming met de push van Chinese autoriteiten om het toerisme naar als een locatie voor spirituele zoekers Tibet te bevorderen, terwijl tegelijkertijd de authentieke Tibetaanse religieuze cultuur door het officiële beleid wordt ondermijnd.

De videobeelden die door Tibetanen in de afgelopen twee dagen op social media zijn verspreid, bevatten emotionele scènes met huilende nonnen, terwijl ze Larung Gar verlaten in een bus, en eveneens huilende achterblijvers, waarvan sommigen hun gezicht in smart met hun gewaden bedekken.

Volgens onlangs door ICT ontvangen informatie zijn ongeveer 700 tot 1000 personen in de afgelopen weken verdreven uit Larung Gar in Serthar (Chinees: Seda) in Tibetaanse autonome Prefectuur Kardze (Chinees: Ganzi) in Sichuan (het Tibetaanse gebied Kham). Beelden van de vernielingen bij Larung Gar, die ICT in augustus in handen kreeg, toonden woningen, die met zwaar materieel door de Chinese werkteams werden gesloopt.[1]

Volgens een recente bezoeker, die met Tibetanen in het gebied sprak, hebben de religieuze leraren in zowel Larung Gar en Yachen Gar “het gevoel onder intense druk te staan om gehoor te geven aan de wettelijke voorschriften – als ze de monniken en nonnen, die aangezegd zijn te vertrekken, te niet overreden weg te gaan, is er de impliciete bedreiging voor het voortbestaan van het onderricht daar”. Dezelfde bron zei: “Mensen zijn bezorgd en teleurgesteld, dat de nonnen moeten vertrekken, vooral omdat velen in het midden van hun opleiding zijn. Sommigen hebben gehoord dat ze een keer per week terug konden komen om lessen te volgen. Maar voor degenen die terug moeten naar de Tibetaanse Autonome Regio, duizenden kilometers verderop, is dat vrijwel onmogelijk.”

Nieuwe informatie uit Tibet wijst uit, dat er ook huizen zijn gesloopt in Yachen Gar, ongeveer 300 kilometer naar het zuidwesten en dat ten minste 1000 religieuze beoefenaars zijn uitgewezen, waaronder zowel nonnen, als leken.

In beide plaatsen zijn Chinese boeddhisten het eerste het doelwit geweest voor uitzetting, hetgeen mogelijk een indicatie is voor de onzekerheden bij autoriteiten over de invloed van Tibetaanse docenten en onderwijs op Chinezen uit verschillende delen van de Volksrepubliek China. Het is echter onwaarschijnlijk dat de belangstelling van Chinezen door dergelijke acties wordt gedoofd. Het is een belangrijk nieuw fenomeen, waarbij sommige Tibetaanse religieuze leraren een aanhang van meer dan een miljoen Chinezen boeddhisten hebben.

Zowel Larung Gar en Yachen Gar zijn in de afgelopen jaren in zowel Tibet als China op de voorgrond getreden als vitale centra voor de studie, praktijk en de bevordering van boeddhistische onderricht, die elders in de reguliere kloosters niet of nauwelijks beschikbaar zijn, als gevolg van de door de Chinese overheid ingevoerde beperkingen.

Volgens een bron, die onlangs in het gebied is geweest, geloven monniken en nonnen, dat de vernielingen en uitwijzingen te maken hebben met een vastberadenheid van de kant van de autoriteiten om “controle uit te oefenen over hun leven, en de parameters voor de religieuze praktijk vast te stellen in overeenstemming met de partij staat”. Dezelfde bron refereerde naar grote bouwwerkzaamheden net buiten de hoofdingang van het religieuze instituut Larung Gar, dat deel uitmaakt van een push om het gebied in ontwikkeling te brengen door nieuwe gast-verblijven of voorzieningen voor bezoekers. Bij Yachen Gar lijken er plannen te bestaan om in het gebied nieuwe wegen aan te leggen en verbetering in de infrastructuur aan te brengen, die ook in verband gebracht kunnen aan het intensiveren van toerisme naar een plaats, die bekend staat om zijn focus op de zuivere leer en religieuze praktijk.

Tsering Jampa, directeur van International Campaign for Tibet in Europa, zei: “het is hartverscheurend om deze beelden van nonnen te zien, die Larung Gar moeten verlaten, een rustige en levendig centrum ongeëvenaard belang voor de boeddhistische leer. Larung Gar is beroemd over de hele wereld en deze vernielingen en uitzettingen zijn schokkend voor boeddhisten over de hele wereld. Deze nonnen worden beroofd van de kostbare gelegenheid om dicht bij hun leraren te studeren in een omgeving van wetenschap en rustige beoefening van religieuze praktijk. Beperkingen op het aantal boeddhistische studenten in bepaalde gebieden van Tibet op basis van administratieve of huisvesting regelgeving is uitgegroeid tot de zoveelste manier van de Chinese regering om religieuze vrijheid te beperken, met als gevolg dat ze het Tibetaanse volk nog verder van zich vervreemden. De Chinese regering moet deze besluiten heroverwegen, stoppen met de verdrijving van boeddhistische nonnen en de verdreven nonnen toestaan om terug te keren. Het is ook van essentieel belang dat er voldoende compensatie komt en vervangende huisvesting worden gegeven aan degenen die hun huizen verloren als gevolg van de sloop. China’s leider Xi Jinping wordt verondersteld zijn bezorgdheid te hebben geuit over het moreel verval in de Volksrepubliek China en zou gezinspeeld hebben op het belang van China’s ‘traditionele religieuze culturen’, waaronder het boeddhisme. In dit verband is het van vitaal belang dat Larung Gar en Yachen Gar verder tot bloei kunnen komen en niet verder worden ondermijnd.”

De uitzetting vinden plaats in een politieke context van ingrijpende regelgevende maatregelen, die inbreuk maken op Tibetaanse boeddhistische monastieke aangelegenheden en agressieve “juridische onderwijs programma’s” ten uitvoer leggen, die monniken en nonnen dwingt om de toegenomen regeringscontrole over hun religie, kloosters en nonnenkloosters eigen te maken en te accepteren. Nieuwe herziene Regelingen met betrekking tot Religieuze Zaken in China vormen een ‘religieuze winter’, volgens de christelijke mensenrechtenorganisatie China Aid.[2]

De aangescherpt nationale maatregelen volgen op een reeks maatregelen op lokaal niveau in de Tibetaanse gebieden. Bijvoorbeeld een harde nieuwe ‘rectificatie campagne’ in een gebied van de Tibetaanse autonome Regio Driru vorig jaar, heeft geleid tot de vaststelling van regels volgens welke als ‘illegale’ beoordeelde kloosters zullen worden afgebroken en Tibetanen, die beelden van de Dalai Lama bezitten of traditionele gebeds- (mani) stenen plaatsen, streng gestraft zullen worden.[3]

De uitzettingen in Larung Gar en Yachen Gar volgen op massale uitzettingen van monniken en nonnen uit vele andere kloosters, met name instellingen, die invloedrijke, belangrijke centra van religieus onderwijs zijn en in verband gebracht worden met vreedzame protesten. Nadat de monniken van de ‘Grote Drie’ kloosters in Lhasa, Sera, Drepung en Ganden in maart 2008 de straat op gingen heeft de monastieke bevolking te maken gekregen met geïntensiveerde onderdrukking en versterking van de controlemechanismen. Honderden monniken uit deze drie kloosters werden uitgewezen en gearresteerd, hetgeen leidde tot ernstige zorg over hun voortbestaan als religieuze instellingen.[4] Monniken in andere gebieden van Tibet, die traditioneel deze kloosters voor een periode van studie en onderwijs bezochten, wordt dit niet langer toegestaan.

De Chinese autoriteiten hebben ook andere belangrijke en invloedrijke centra van de Tibetaanse boeddhistische cultuur buiten de Tibetaanse autonome Regio tot doelwit gemaakt – met name het Kirti klooster in Ngaba (Chinees: Aba), Sichuan (het Tibetaanse gebied Amdo), waar de huidige golf van zelfverbrandingen in Tibet in 2009 begon. De situatie in Kirti escaleerde in 2011 toen monniken van de leeftijd van 18-40 uit het klooster werden weggevoerd onder het voorwendsel van “juridisch onderwijs”. Lokale mensen, die probeerde te voorkomen dat ze werd verwijderd, werden door troepen rond het klooster hevig geslagen. Net als bij Sera, Ganden en Drepung in Lhasa gebruikt de overheid het wegvoeren van monniken onder het voorwendsel van “studie” of “juridisch onderwijs” als een middel om de monastieke bevolking in Kirti te verminderen en onder controle te houden.[5]

Voetnoten:

[1]. Zie ICT-rapport, 15 september 2016, https://www.academia.edu/28414977/Chinas_Religion_Law_2005_vs._2016.

[2] http://www.wnd.com/2016/10/chinas-plan-called-religious-winter/?cat_orig=faith. Thomas DuBois, een professor in China Studies aan de Universiteit van Azië en de Stille Oceaan van de Australian National University, heeft de beperkingen 2005 en 2016 naast elkaar vergeleken:https://www.academia.edu/28414977/Chinas_Religion_Law_2005_vs._2016. Zie ook ChinaLawTranslate: http://www.chinalawtranslate.com/religious-regulations/?lang=en.

ICT zal een nadere analyse maken in een komende verslag.

[3] ICT-rapport, http://www.savetibet.org/harsh-new-rectification-drive-in-driru-nuns-expelled-and-warning-of-destruction-of-monasteries-and-mani-walls/. Zie ook ICT en FIDH rapport, ‘Chinese onderdrukking van het Tibetaanse boeddhisme’, https://www.fidh.org/IMG/pdf/en-report-tibet-4.pdf.

[4] Kloosters in de Tibetaanse Autonome Regio, waarin ooit duizenden monniken leefden, zijn nu teruggebracht tot een paar honderd, wiens belangrijkste taak lijkt minder religieuze studie te zijn, maar meer nog om de gebouwen en toeristen te verzorgen. De Chinese staatsmedia erkent dat een totaal van 1200 monniken van Drepung en Sera in 2008 zijn uitgewezen. Voor meer informatie, zie ICT-rapport, ‘A Great Mountain verbrand door Vuur’.

[5] Een volledig verslag van deze ontwikkelingen wordt gegeven in de rapport van International Campaign for Tibet, “Storm in de Graslanden: zelfverbrandingen in Tibet en de Chinese beleid”, december 2012,

BRON: https://www.savetibet.nl/nieuws-en-agenda/nieuwsoverzicht/2016/oktober-2016/emotionele-video-van-nonnen-die-larung-gar-uitgezet-worden-in-religieuze-winter/

Advertenties