25 jaar Belgische abortuswet: deze vrouwen kozen ervoor

Door: Annick De Wit
© Thinkstock.

LongreadVandaag precies 25 jaar geleden keurde het parlement de abortuswet goed. Een zeer liberale wet, vergeleken met de buurlanden, en toch is het Belgische abortuscijfer een van de laagste ter wereld. Wij spraken met een abortusarts van het Gentse centrum en met twee vrouwen die ooit kozen voor een abortus. Anoniem. “Omdat het een stuk intimiteit is dat je niet op straat legt. Verder is abortus niks om je over te schamen. Het is een prachtig recht.”

© Thinkstock.

Elk jaar plegen zo’n 20.000 Belgische vrouwen een abortus. Niet losgeslagen tienermeisjes zijn het doornsee profiel, maar de gemiddelde leeftijd is 27. Kijk rond je naar alle vrouwen van vijftig die je kent: één op de vijf heeft ooit een zwangerschap afgebroken. Vrouwen van alle leeftijden, in alle mogelijke situaties. Tussen 2002 en 2011 (recentste cijfer) steeg het aantal van 7,5 tot 9,3 per duizend vrouwen, wat vermoedelijk vooral te maken heeft met een betere regisratie in de abortuscentra en de ziekenhuizen. In ziekenhuizen gebeuren er trouwens weinig geregistreeede abortussen: 96% van de ingrepen gebeuren in een van de abortuscentra. Voor Vlaanderen zijn dat Oostende, Gent, Antwerpen, Hasselt en er is er ook een Nederlandstalig in Brussel.

Abortusarts: “Het is een ingreep als alle andere, die boodschap moeten we uitsturen”
“Het zijn cellen als alle andere, die je wegzuigt bij een abortus. Het is een medische interventie als alle andere. Dat is de boodschap die wij als hulpverleners moeten uitsturen, ook naar onze patiënten, om de zaken voor hen niet onnodig zwaar te maken. Dat is wat er volgens mij nog nodig is, na 25 jaar legaliteit.”, zegt dokter Pedro De Seranno (50), zelf al zestien jaar abortusarts.

Hij kent ze, de tegenstanders, nog steeds. Soms haast bij naam. “Bij het abortuscentrum in Gent, waar ik meestal werk, staat regelmatig een groepje mensen, met religieuze achtergrond, te protesteren. Ze stoppen soms folders in de handen van de vrouwen die binnenkomen. Voor het centrum in Hasselt, waar ik soms vervangingen doe, staat elke dag iemand met grote pancartes, ook uit de pro-life hoek. Ik heb wel eens geprobeerd met hen in gesprek te gaan. Maar dat levert enkel zwart-witdiscussies op.”

Maar in de zestien jaar dat hij werkt als abortusarts, heeft dokter De Serrano een evolutie gemerkt. “We moeten abortus als een doodnormale zaak beschouwen en het ook zo aanpakken. Daar ben ik als arts meer en meer van overtuigd geraakt. Dit om de procedure voor de patiëntes niet te verzwaren. Een zwaar gesprek is niet altijd nodig. Vaak hebben vrouwen, of koppels, al heel goed nagedacht voor ze naar ons toekomen. Negen kansen op tien is de beslissing al genomen. Soms zijn ze eerst al naar de huisarts geweest, die hen doorverwijst naar een gyneacoloog, die op zijn beurt nog eens doorverwijst naar een abortuscentrum. Dat neemt allemaal tijd. Een dan volgt nog eens de zes dagen verplichte bedenktijd. Zo duurt de procedure soms onnodig lang. Ik zou ervoor pleiten dat de arts inschat en de wettelijke bevoegdheid krijgt om te beslissen of de ingreep meteen kan uitgevoerd worden of niet. Maar de ingreep op zich blijft een emotionele gebeurtenis, mensen blijven vaak erg overrompeld door wat ze meemaken. Sommige vrouwen hebben wel degelijk nood aan psychologische begeleiding, dus ik banaliseer nooit. Daar moet ik in mijn vak nauwlettend over waken.”

© Thinkstock.
Leven en dood
Dokter De Seranno is na zijn studies eerst in Afrika gaan werken, in de ontwikkelingshulp. Nadien werkte hij enkele jaren in de fertilitietskliniek van de VUB, in de hoogdagen van de grote uitvindingen in de vruchtbaarheidsbehandeling zoals ICSI, bij de pioniers-professoren Van Steirteghem en Devroey. Hij hielp koppels zwanger worden. Later hielp hij ze van ongewenste zwangerschappen af.

“Contradictorisch, ja. Maar ik had de technische handeling al. Na misgelopen zwangerschappen moesten ook in de fertiliteitskliniek curretages worden uitgevoerd. En ik geraakte, kort nadat ik later ging werken in het Gentse abortuscentrum, erg overtuigd van de noodzaak van het recht op abortus door de vrouw die daar werkte en me onder haar hoede nam. Lucie Van Crombrugge was een Dolle Mina met heel feministische ideeën die me heel waarachtig in de oren klonken. De eerste abortus die ik uitvoerde, deed ik wellicht met een ander gevoel dan dat ik het vandaag doe. Maar niet uit een vorm van weerzin of iets dergelijks tegenover de handeling op zich. Ik was als beginnend abortusarts soms erg aangegrepen door de schrijnende situaties waar mensen in terecht kunnen komen, vandaag trouwens nog steeds. Mensen in heel complexe relaties, die zijn het vaakst reden voor een abortus. Naast anticonceptie die toch niet feilloos blijkt of verkeerd gebruikt is. Ook mensen die altijd tegen abortus geweest zijn, die zeggen ‘Nooit gedacht dat ik hier ooit terecht zou komen’, zitten soms plots voor me. Ik wil iedereen kunnen helpen die de nood heeft.”

“De cellen die ik weghaal, zijn ook ‘maar’ cellen. Je moet de zaken soms wat wegrelativeren om ze lichter te maken. Zeker als je bedenkt: binnen vijftig jaar maakt men klonen van een paar huidcellen. Of een andere bedenking: wat is het verschil met, of de meerwaarde tegenover de dierlijke cellen die je vanavond misschien op je bord hebt liggen, of zelfs de plantaardige? Het is een moeilijk denkproces. Maar niet meer voor mij, anders zou ik deze beroepskeuze niet hebben kunnen maken. Ik filosofeer ook soms graag, over de ethische kwesties. Over leven en dood. Maar ook over de kwaliteit van het leven. De kwaliteit van het leven van een ongewenst kind, is niet per se gegarandeerd. Die van het leven van een vrouw die een ongewenst kind moet grootbrengen ook niet. Dat laatste is een even legitiem argument”

© Thinkstock.
Verzoek
Vanuit de abortuscentra zal vandaag een verzoek worden ingediend bij gezondheidsminister Maggie De Block om de jarige wet aan te passen en abortus wettelijk te maken, ook nà twaalf weken zwangerschap. Dokter De Serrano staat daar achter. “De reden om een abortus te willen, blijft namelijk dezelfde. Soms stellen mensen uit. Omdat ze ontkennen, of omdat ze echt niet gemerkt hebben dat ze zwanger zijn. Nu sturen we elk jaar minstens vijfhonderd vrouwen naar Nederland of Engeland die we niet kunnen helpen. Abortus in het tweede, soms zelfs derde trimester, dat lukt niet meer met medicatie en/of curretage. Voor dat laatste moet de vrouw onder narcose en moet de vrucht worden verbrijzeld – morcellatie heet die techniek. Niet prettig om te doen, getuigen hulpverleners. Maar goed, ook hier ben je met ‘maar’ weefsel bezig en in de orthopedie of andere chirurgie moet je soms ook minder aangename ingrepen doen. Ik zou zeker bereid zijn ze uit te voeren. Ook tegen het misprijzen waarmee sommige gynaecologen ook na een kwarteeuw legaliteit toch nog altijd doorverwijzen, ook daartegen wil ik een blijvend tegenwicht te bieden.”

Dokter De Seranno is in de minderheid, als man in de abortushulpverlening, en heeft zelf geen kinderen. “Acht op tien van mijn collega’s zijn vrouw, schat ik. En ik heb nooit een kinderwens gehad. Daar zijn objectieve en emotionele redenen voor en misschien speelt ook mee dat ik vijftien jaar abortusarts ben. Maar dat laatste is maar een veronderstelling.”

© Thinkstock.
“Een prachtig recht, maar nooit, nooit simpel”
Helene (38) verwerkte een net stukgelopen relatie toen ze vijf jaar geleden een abortus koos. “Het was een complete verrassing voor me, toen mijn partner het na een relatie van drie jaar plots uitmaakte. Ik had gedacht: dit is de man met wie ik oud word. Een paar maanden voordien hadden we ook samen beslist: er mag een kindje van ons twee komen. Ik had al een dochter van vijf, hij had nog geen kinderen. Het was het moment om ervoor te gaan. Maar toen kondigde hij aan: ik ga er vandoor. Een week later bleek ik pril zwanger.”

“Ik heb het hem onmiddellijk laten weten. Zijn reactie was al net zo’n zware klap als de aankondiging van zijn vertrek: dit was voor hem geen reden om terug te komen, zei hij, en dat ik maar moest doen wat ik vond dat ik moest doen, want ìk was tenslotte de zwangere.”

“Het was emotie op emotie. En loodzwaar. Ik had ook in mijn beslissing – wat doe ik? – heel exteme gevoelens. Op maandag dacht ik: ik ben zéker, dit kind kan ik niet houden. Op dinsdag werd dat: komaan, moedig voorwaarts, al is het alleen, dit moet blijkbaar gebeuren. Er was geen pijl op te trekken. Ik heb een paar goede vrienden verteld wat er gebeurde, dat had ik nodig om mijn gedachten te ordenen. Ik ben naar een abortuscentrum gegaan, precies omdat ik een gesprek wilde met een psycholoog. Ik had nood aan iemand neutraal, die mij niet kende, om de complexe situatie waarin ik zat mee te overschouwen. Complex, want intussen liet mijn ex-partner me ook weten dat hij een abortus dan toch afkeurde, dat hij tòen niet kon beloven dat hij ooit zou terugkeren, maar misschien, ooit…? Ik was zo boos, zo teleurgesteld. Dat gesprek met de psychologe heeft me een nieuwe kijk gegeven op alvast één aspect waar ik zelf raar genoeg nog niet was opgekomen: wat met het kind dat je al hebt? En de invloed op haar leven van een nieuwe baby die wél full time bij mij zou zijn, terwijl zij afwisselend haar papa en mij woonde? Dat, onder meer, heeft mijn beslissing mee bepaald.”

“Nam ik nu een rationele of een emotionele beslissing? Ik kan daar slecht op antwoorden. Mijn hart en hoofd waren niet te scheiden op dat moment. De beslissing nemen was ook veel zwaarder dan het uitvoeren van de abortus zelf, vond ik. De zwangerschap was pril, dus het kon nog medicinaal. Met een eerste pil die het hartje doet stoppen en een tweede die de samentrekkingen van de baarmoeder opwekt om het vruchtje af te drijven. Die heb ik ingenomen bij mij thuis. Ik heb daar echt een ritueel van gemaakt. Ben heel bewust aan tafel gaan zitten op het uur dat ik vooraf had bepaald. Heb nog een kwartier gestaard, naar dat pilletje dat voor me lag, niet in vertwijfeling – totaal niet meer op dat moment, de beslissing was genomen – maar om heel bewust in het moment te stappen en in de handeling die ik zou gaan uitvoeren. Ik heb toen heel hard stilgestaan bij het leven, tout court. Toen de bloeding kwam opzetten, en het verlies ook fysiek zichtbaar werd, heb ik een uur lang heel erg gehuild. Tot op vandaag kan ik niet zeggen of dat was van verdriet of van opluchting. Een abortus is ook een afscheid van een leven dat je nìet gekozen hebt. Je ziet deuren dichtschuiven die je nìet zal nemen.”

“Maar, heel vreemd: in mijn leven is intussen dat gebeurd wat ik nooit dacht dat ging gebeuren. Ik ben getrouwd met de vriend die ik toen heb ingelicht. Waardoor ik post factum denk: het was de juiste beslissing genomen. Ik voel ook geen haat of slechte gevoelens meer tegenover de persoon die me toen zo zwaar had gekwetst en teleurgesteld. Ik denk nu: hij heeft me een doos vol drek en duisternis gegeven, maar achteraf bleek het een geschenk.”

“Natuurlijk zijn er nog momenten dat ik er op teruggeworpen word. Maar de tijd doet zijn werk en er is die goede afloop. Het recht op abortus is een prachtig recht. Wat absoluut niet wil zeggen dat vrouwen er licht mee omspringen. Geen enkele vrouw, dat weet ik zeker. ‘Het taboe blijft’, lees ik nu overal in de pers naar aanleiding van de 25-jarige wet. Maar ik vind taboe een raar woord in deze context. Ik ga ook niet met naam en toenaam in de krant met dit verhaal, omdat een abortus een deel is van je intimiteit die je niet zomaar op straat gooit. ‘What matters most is how well you walk trough the fire‘, zeg ik vaak – het is een uitspraak van schrijver Bukowski. Hoe ga je op de best mogelijke manier door een probleem, dus. Maar alle vrouwen die het meemaakten weten: abortus is nooit, nooit simpel.”

© Thinkstock.
“Blij dat de kans bestond”
Suzanne (46) was een gescheiden moeder met twee jonge kinderen toen ze acht jaar geleden voor een abortus koos. “Het had niet mogen gebeuren. Hij was getrouwd, had pas een baby gekregen. Ik kende hem niet. Maar het gebeurde toch, tijdens een weekend weg met vrienden en vrienden van vrienden. Achteraf spraken we nog een keer af: om onze verbazing te delen over het gebeurde, om te zeggen dat het mooi was geweest maar dat het hier echt zou bij blijven. Pas nadien bleek: ik was zwanger.”

“Ik had geknoeid met mijn anticonceptie, maar had daar weinig acht op geslagen. Ik had toch al een eeuwigheid geen relatie. Ook geen losse. Maar toen. Was het dus te laat. En het was mijn schuld.”

“Ik wist meteen: neen. Allereerste argument: zijn baby. Kindje dat amper geboren was en al een gebroken gezin riskeerde. Dat kon niet zijn. Ik die de droom van een jong gezin kapot zou slaan met dit nieuws. Ook niet. Ik was zelf gescheiden met zeer jonge kinderen en had er zelf veel pijn van. En nog: het kindje dat hier uit zou voortkomen, zou al op voorhand zonder vader zijn? En ik? Hoe zou ik dat bolwerken, nog een kind om alleen op te voeden? Dus: neen, neen, neen. Ik heb meteen gebeld naar mijn gyneacoloog. Ze zou me helpen. Een dag later zat ik op haar kabinet. We praatten. Ook de psychologe kwam met me spreken. Of ik zeker was. Er kwam veel pijn naar boven. Maar: ja, ik was absoluut zeker.”

“Mijn hoofd was heel rationeel. Maar mijn lichaam helemaal niet. Het deed wat het moest doen: blooming zwanger zijn. Grotere borsten, opgezette buik. Gloeiende bal in je onderbuik, hormonenstorm door al je aders. Ik had al mijn twee kindjes. Ik had tussen hen in een miskraam gehad en had daar maandenlang erg van afgezien. Het geheugen van het lichaam is sterk. De zes dagen wachttijd duurden lang, slingerden me door een donker woud van zware emoties, maar – ik durf het bijna niet te zeggen, want het klinkt mogelijk heel twisted voor buitenstaander – tegelijk heb ik er toen ook van genoten even weer zwanger te ‘mogen’ zijn.”

“Maar intussen moet je afstand nemen. Afscheid. Van iets dat nog niet is. Van weinig cellen – het was nog een pril stadium. Ik was altijd een progressief meisje. Ben altijd voor abortus geweest. Maar toch. Als je er zelf voorstaat, is het anders.”

“Ik keek enorm op tegen de zevende dag. Ik zou dan teruggaan naar het kabinet, de afdrijvende medicatie nemen. Het voelde alsof ik de gifbeker moest gaan drinken. Ik voelde me in die dagen heel slecht. Sprak tegen het vruchtje in mijn buik. Vroeg vergiffenis – terwijl ik alles behalve katholiek ben opgevoed. Ik koos een liedje uit, voor de baby. ‘Say a little prayer’cvan Aretha Franklin. Vandaag nog, als ik het hoor op de radio, springen de tranen me instant in de ogen. Ik voelde me zo hardvochtig. Maar was toch vastbesloten.”

“Tijdens die tweede consultatie bleek het vruchtje spontaan te zijn afgestorven. Een opluchting, enerzijds. Ik zou het dan toch niet zelf doden door de medicatie te nemen. Maar anderzijds: ik had de beslissing wel genomen. Ik voelde me hypocriet.”

“Ik heb in die dagen ook erg getwijfeld of ik de man in kwestie zou inlichten. Eerst zei ik: no way, dat heeft geen enkele zin. Toen heb ik het toch gedaan. Ik zou hem mogelijk nog tegen het lijf lopen in de stad, hij zou dan met heel andere ogen naar mij kijken dan ik naar hem, wegens een andere herinnering. Dat strookte niet voor mij. En ik vond dat hij er ergens toch recht op had te weten. Ik belde hem. Hij was geschokt. Hij was meteen akkoord met de abortus. Belde me elke dag hoe het ging. Zou me terugbellen na de curretage, die ik ook nog moest krijgen. Maar ik heb hem nadien nooit meer gehoord.”

“Na de ingreep moest ik in het ziekenhuis nog een papier ondertekenen dat ik voortijdig vertrok, wat eigenlijk niet mocht zo snel na de narcose, maar ik moest mijn kindjes van de opvang gaan halen. Ik was de straat nog niet uit of ik moest gaan zitten en mijn vriendin bellen om me op te halen, wegens fysiek te zwak. Verder had ik niemand ingelicht. Ook mijn moeder niet. Ik schaamde me niet voor de abortus. Vandaag nog altijd niet. Maar wel voor wat ik had uitgestoken om ongepland zwanger te geraken.”

“De abortus heeft me erg geraakt. Omdat ik me echt geraakt voelde in mijn kern. Maar ik ben heel blij dat de kans bestaan heeft. Het heeft me jarenlang heel dwars gezeten. Ook dat hij niets meer had laten weten. Tot ik hem tegenkwam, op een receptie. We hebben twee uur staan praten, tot iedereen rondom ons al lang naar huis was. Alleen daarover. En toen nog de stad ingetrokken en verder gepraat. Tot het licht was. Over het leven. Over de abortus. Over zijn schaamte om zijn stilzwijgen. Over mijn pijn. En toen was het verteerd. Ook voor mannen is abortus niet iets waar je licht over gaat.”

BRON: http://www.hln.be/hln/nl/38/Familie/article/detail/2274898/2015/04/03/25-jaar-Belgische-abortuswet-deze-vrouwen-kozen-ervoor.dhtml

Het is een keuze en het mag zeker niet weggeschreven worden. Maar er mag geen misbruik van gemaakt worden, want er zijn genoeg voorbehoedsmiddelen die zwangerschap tegenhoud. En men moet ook wel goed geïnformeerd worden als je denkt aan abortus. Je stopt tenslotte een leven.

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

http://users.telenet.be/Boeddha_Bruno/

AUM MANI PADME HUM