Jaloers op je zus?

Jonge kinderen vechten om speelgoed en aandacht, maar die jaloezie en rivaliteit kunnen ook ons volwassen leven binnensluipen. Sommige broers en zussen blijven zelfs altijd rivalen.

Lieve Cottyn, psychologe en psychotherapeute van de Antwerpse Interactie-Academie: ‘De woorden jaloezie, rivaliteit, afgunst en nijd worden door elkaar gebruikt, maar dekken verschillende ladingen. Zo kunnen jaloezie en rivaliteit gezonde emoties zijn. Vergelijken is menselijk en als daar jaloezie uit volgt, is dat omdat de ander iets is of heeft dat we zelf ook willen. Jaloezie kan dan onze ambitie prikkelen. Vaak waait jaloezie vanzelf over, maar als de emotie blijft hangen, moet je ermee aan de slag. Denk er wel aan dat je verschillen niet zomaar kan wegwerken. Jaloezie en rivaliteit worden ook vaak afgeblokt, omdat velen ervan overtuigd zijn dat vergelijken geen goed idee is. Maar het is belangrijker om ons zwart-witdenken in vraag te stellen. Zo kan je gerust erkennen dat je broer sterker is in wiskunde, maar misschien sta jij verder op sociaal vlak? Pas wanneer we verschillen niet mogen benoemen, wordt rivaliteit pijnlijk en gevaarlijk. Ouders, broers en zussen streven in onze samenleving naar een zo groot mogelijke gelijkheid, terwijl diversiteit het leven net mooi maakt. Ook beseffen ouders vaak niet hoe ze automatisch rekening houden met de verschillen tussen hun kinderen.’

Betere versie
‘Ik vind familiebijeenkomsten heel fijn, maar kan er nooit ten volle van genieten door de aanwezigheid van m’n zus. We hebben best een goede band, maar ze lijkt wel een betere versie van mezelf en daar heb ik het soms moeilijk mee. Ze heeft gestudeerd, is sportief en knap, heeft een lieve man en twee dotjes van kinderen. Zelf ben ik nog steeds alleen, terwijl ik stiekem ook droom van een gezin. Naast haar voel ik me altijd minderwaardig.’ (Kaat, 39)

Wat is hier aan de hand?
Lieve Cottyn: ‘We leven in een maatschappij waarin vrouwen met een partner en kinderen als succesvoller beschouwd worden dan alleenstaande dames. Terwijl niemand natuurlijk minderwaardig is alleen maar omdat hij of zij single door het leven gaat. Die sociale norm maakt het verschil met je zus voor jou pijnlijk. Singles ervaren druk van buitenaf en hebben het moeilijker om een goed zelfwaardegevoel te ontwikkelen. Dat minderwaardigheidsgevoel is er waarschijnlijk niet alleen op familiefeesten, maar zal ook op andere momenten de kop opsteken. Tijdens klasreünies bijvoorbeeld, zeker wanneer de meesten met een partner komen opdagen. Als oude klasgenoten dan naar een wederhelft of kinderen vragen, volgen vaak pijnlijke stiltes.’

Hoe ga je ermee om?
– Zet de eerste stap. Hoogstwaarschijnlijk voelt jouw zus je pijn, maar durft ze er zelf niet over te beginnen. Zij is namelijk een binnenstaander, iemand die zich volgens de norm gedraagt, en dan klinkt elke vraag – hoe goed ze ook bedoeld is – al snel neerbuigend. Wie zich buitengesloten voelt, kan dus het best zelf het gesprek openen.

– Durf je outsiderpositie te benoemen: ‘Het voelt vaak alsof ik buiten de gesprekken sta. Jij hebt een leuke man en lieve kinderen, terwijl ik nog steeds alleen ben. Dat is soms moeilijk.’

– Probeer los te laten. Sommige vrouwen kiezen er bewust voor om alleen door het leven te gaan, maar bij jou gaat je status gepaard met pijnlijke gevoelens. Ook dat mag gezegd worden. Wel leer je de mate waarin je dat verdriet naar buiten brengt, het best doseren. Je kan pijn uiten, maar er moet ook ruimte zijn voor andere gespreksonderwerpen. Anders haken mensen af.

– Wees duidelijk. Stel je zus concrete vragen zoals: ‘Vind jij me minderwaardig?’ Soms vlot een gesprek beter als je jullie relatie binnen een groter geheel plaatst: ‘Ik vind dat alleenstaanden het niet altijd makkelijk hebben in onze maatschappij, wat denk jij?’

– Respecteer je eigen grenzen. Krijg je niet de antwoorden waar je op gehoopt had? Dan kan het goed zijn om meer afstand te nemen. Sommigen kunnen broers en zussen blijven waarderen, zelfs als dat niet wederzijds is. Anderen laten familiefeesten in de toekomst liever aan zich voorbijgaan. Een goede band forceren is onmogelijk. Blijf je broer, zus of ouders dan ook nooit om dingen vragen die ze je toch niet kunnen geven, zoek liever andere mensen op die jou wel een goed gevoel kunnen geven.

Schuldgevoel
‘Mijn broer heeft twee volwassen kinderen die het huis uit zijn, terwijl ik thuis nog met twee puberende dochters zit. Hij is met pensioen, maar ik werk nog steeds fulltime. Mijn vader is twee jaar geleden overleden en sindsdien verblijft m’n moeder in een bejaardentehuis. Ze heeft het verlies niet goed verwerkt en voelt zich heel eenzaam. M’n broer brengt haar meerdere keren per week een bezoekje en verwent haar met taart, bloemen of een gezellige wandeling. Ik ben al blij als ik elke week een keer tot bij haar raak en voel me schuldig als dat niet lukt. Dat verschil bezorgt mij een wrang gevoel.’ (Ingeborg, 53)

Wat is hier aan de hand?
Lieve Cottyn: ‘Het leeftijdsverschil tussen Ingeborg en haar broer zorgt voor wrevel, maar is onveranderlijk. Dat kan je vergelijken met het verschil in geboortevolgorde. Zo leven de jongste en oudste zoon of dochter van dezelfde ouders vaak in een heel ander gezin. Meestal moet de eerstgeborene meer obstakels overwinnen, terwijl de jongste meer vrijheid geniet. Ook dit gaat vaak gepaard met gezonde jaloezie. Gelukkig helpt het verschil in context ervoor te zorgen dat het nooit persoonlijk wordt. Zulke verschillen zijn dan ook vaker een bron van humor dan van pijnlijke nijd. Het mooie aan dit voorbeeld is dat ik veel vaker het omgekeerde verhaal te horen krijg. Meestal hebben mensen moeite met een broer of zus die weinig doet voor een zorgbehoevende ouder. De kans bestaat dat haar broer ook jaloezie voelt van zijn kant. De broer kan het zelf vervelend vinden dat hij zijn moeder vaker bezoekt. Misschien mist hij de combinatie van kinderen in huis en een leuke job – en de vaak gezellige drukte die daarmee gepaard gaat – wel.’

Hoe ga je ermee om?
– Vergelijk met anderen en spiegel jezelf niet aan onrealistische ideaalbeelden. Weet dat heel veel zussen blij zouden zijn met een broer die zijn verantwoordelijkheid opneemt. Veel vaker hoor ik klachten over zussen of broers die zeeën van tijd hebben en hun ouders toch maar zelden een bezoekje brengen.

– Respecteer onveranderlijke verschillen. Je broer zit in een andere levensfase, dat kan jij niet wijzigen. Hij heeft veel vrije tijd en besteedt die graag aan jullie moeder. Daar is niets mis mee, integendeel.

– Erken je echte bezorgdheid. Wellicht ben je bang om tekort te schieten ten opzichte van je moeder en met dat gevoel moet je nu aan de slag. Betrek haar erbij en vraag hoe zij zich voelt bij het feit dat jij minder op bezoek komt. Als ze jouw situatie begrijpt, zal je schuldgevoel grotendeels vanzelf wegebben. Is dat niet het geval, dan is het de uitgelezen kans om haar uit te leggen hoe jouw leven er nu uitziet en wat daar – ook voor haar – de gevolgen van zijn.

Bazige zus
‘Hij is ondertussen 28 jaar oud, maar mijn jongere broer blijft me verwijten maken over onze jeugd. Hij ziet me nog steeds als de oudere, bazige zus die hem de les spelde toen we kind waren. Ik neem inderdaad graag het voortouw, maar hij vergeet dat ik het ook vaak voor hem opnam en hem veel bijgeleerd heb. Hij doet alsof mijn leven van een leien dakje loopt en focust zelf vaak op het negatieve. Waarom voel ik zo veel jaloezie van zijn kant?’ (Evy,30)

Wat is hier aan de hand?
Lieve Cottyn: ‘Je vult de gevoelens van je broer zelf in, zonder hem daarbij te betrekken. Dat is riskant. Je projecteert je eigen manier van denken op je broer en staat niet stil bij zijn beleving. Dat leidt al snel tot irritatie en kwaadheid. Bovendien heerst de overtuiging dat broers en zussen goede vrienden moeten zijn, terwijl broer-zusrelaties in de realiteit in alle vormen en maten voorkomen. Het idee dat jullie goed overeen moeten komen is dan ook sterk cultureel bepaald. Door conflict te vermijden en je gedachten voor jezelf te houden, wordt het probleem alleen groter. Je krijgt geen feedback, waardoor je blijft piekeren.’

Hoe ga je ermee om?
– Hier heerst een communicatieprobleem, dus broer en zus kunnen beter een open gesprek aangaan. Je kan dat doen door rechtstreeks te vragen of er sprake is van jaloezie, maar door het taboe dat errond heerst, kan het verstandig zijn om de vraag in te kleden. Zo kan je vragen of ook jouw huidige gedrag hem nog stoort.

– Respecteer zijn antwoord en neem het niet persoonlijk. Het kan voor je broer lastig zijn om voortdurend in jouw schaduw te staan, maar dat betekent niet dat iedereen jou autoritair vindt. Je kan zo’n antwoord evengoed als een compliment beschouwen: goede zorgen kunnen verstikkend zijn. Blijf ook luisteren als hij beweert niet jaloers te zijn. Respect voor elkaars mening en gedachten ligt aan de basis van een ruimer perspectief. Kan jij als grote zus aanvaarden dat zijn mening recht tegenover die van jou staat?

– Ga op zoek naar de bron van je eigen frustratie en teleurstelling. Waarom is zijn mening zo belangrijk voor jou?

Zondagskind
‘Ik ben een zondagskind, dat moet ik toegeven. Ik had een fijne jeugd, zit goed in m’n vel en kreeg nog geen grote tegenslagen te verwerken. Mijn zus is meer timide, ze is nooit een grote prater geweest. Maar we zijn allebei gelukkig, hebben een toffe job en een leuk gezin. Alleen lijken mijn ouders altijd meer geïnteresseerd in haar doen en laten dan dat van mij. Ze zijn ervan overtuigd dat ik me altijd wel uit de slag zal trekken en hebben meer aandacht voor de – volgens hen – meest kwetsbare van ons twee. Ze vergeten dat ook ik mijn verhaal soms kwijt wil.’ (Heidi, 42)

Wat is hier aan de hand?
Lieve Cottyn: ‘Kinderen maken de vergelijking met broers en zussen, maar gaan vooral op zoek naar verschillen in het gedrag van hun ouders. Hoe gaan ze met mij om en waarom behandelen ze mijn zus anders? Als kinderen met die vraag bij hun ouders aankloppen, krijgen ze vaak geen antwoord. Mama en papa zijn ervan overtuigd dat ‘iedereen gelijk is voor de wet’ en proberen daar ook naar te handelen, omdat ze hun kinderen even graag zien. Toegeven dat ze ieder kind anders benaderen, staat voor hen gelijk aan bekennen dat ze verkeerd bezig zijn. Jammer, want verschil mag en moet er zijn. Pas wanneer die verscheidenheid tussen broers en zussen niet erkend wordt, ontstaan moeilijkheden.’

Hoe ga je ermee om?
– Vermijd in elk geval dat je jaloerse gevoelens escaleren door ermee te blijven zitten. We willen allemaal gezien worden door onze ouders, die vraag naar erkenning is dus heel normaal.

– Deel je gevoelens met je ouders. Vertel hen dat je moeite hebt met dat verschil en maak duidelijk dat ook jij soms nood hebt aan een luisterend oor.

– Vraag naar hun beweegredenen (‘Waarom behandelen jullie haar anders?) en geef aan dat je hen graag wil begrijpen. Misschien beschouwen zij je zus als een zorgenkind, terwijl jij daar – als zus – een totaal andere kijk op hebt.

BRON: http://www.goedgevoel.be/gg/nl/575/Gezin/article/detail/2192535/2015/01/23/Jaloers-op-je-zus-.dhtml

Dat hoort men toch vaak dat er in een gezin jaloersheid voelbaar is. Onder zussen of broer zus of onder broers zelfs dochters naar hun moeder en zoons naar de vader en ook omgedraaid. Al ga je zeggen voor wat moeten ouders nu jaloers zijn op hun eigen kinderen. Maar heb je dit nooit gehoord, wees blij want dat mocht ik niet op die leeftijd. Hier kan een kern van jaloersheid in zitten, en zou men het als ouder of oudere broer of zus kunnen dwarsbomen. 
Het is eigenlijk niet raar te noemen dat de meeste jaloersheid al begint te groeien in een gezin. En dat sommige die negatieve gevoelens ook gaan richten op hun dagelijks leven. Dat soms dan zover gaat dan men ziekelijk jaloers wordt. En dat kan een gevaar zijn.

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

http://users.telenet.be/Boeddha_Bruno/

 

AUM MANI PADME HUM