Anorexia, niet enkel een tienerziekte

Anorexia nervosa komt niet enkel bij tieners voor. Steeds vaker kampen ook volwassen mannen en vrouwen met een eetstoornis. Maar liefst 20 procent van alle anorexiapatiënten zijn dertigers die net zoals Karolien elke dag opnieuw de strijd tegen hun ziekte aangaan.

Mensen denken bij eetstoornissen vaak aan het stereotiepe beeld van jonge, uitgemergelde meisjes dat vaak in de media opgehangen wordt, maar dat beeld klopt niet met de realiteit. Vaak merkt de buitenwereld zelfs niets van een eetstoornis. Eetbuien kan je bijvoorbeeld makkelijk verstoppen en bij zwaarlijvige mensen wordt doorgaans niet zo snel aan een eetprobleem gedacht. Anorexia is veel zichtbaarder, maar ook daar bestaan heel wat misvattingen over. Zo is het heus geen typisch pubermeisjesprobleem. Heel wat volwassen vrouwen én ook mannen hebben net als ik langdurig met de ziekte te maken.’

‘Bij mij is het op mijn zesentwintigste begonnen. Ik ben nogal beschermend opgevoed en toen ik het huis uitging, bleek ik plots niet opgewassen tegen heel wat dingen die op me afkwamen. Mijn toenmalige job viel tegen, ik had weinig zelfvertrouwen en belandde in een depressie. Ik was enkele kilo’s afgevallen en merkte dat ik me daardoor wat zelfzekerder voelde. In tegenstelling tot alle dingen in mijn leven waarop ik op dat moment geen vat had, kon ik mijn voeding wél controleren. Het werd mijn houvast. Gewicht verliezen was toen ook een manier om duidelijk te maken dat het echt niet goed met me ging. Op een depressie wordt vaak gereageerd met ‘verman jezelf’ of ‘doe eens iets vrolijks’… Ik dacht dat als anderen ook zouden zien dat ik me slecht voelde, ze me meer serieus zouden nemen. Al snel werd het cijfer op de weegschaal een obsessie, iets dat je wil controleren en naar beneden zien gaan, tenminste dat wil de ziekte, want ik vind het belangrijk om een onderscheid te maken tussen je eigen persoonlijkheid en de ziekte die in je schuilt.’

‘Ik probeerde mijn ziekte zo goed mogelijk te verstoppen. Iets dat je veiligheid biedt, wil je natuurlijk graag vasthouden, en anderzijds is er ook die schroom om toe te geven dat je een eetprobleem hebt. Een depressie klinkt voor de buitenwereld vaak nog aannemelijk, maar bij een eetstoornis bedenken mensen dikwijls de gekste scenario’s … Maar ik kon het niet natuurlijk blijven verbergen. Na enkele maanden was ik zoveel afgevallen dat een tijdelijke opname nodig was. Mijn familie stond machteloos. Er is nog zo weinig bekend over eetstoornissen dat mensen vaak niet weten hoe ze moeten reageren. Ook voor mijn toenmalige echtgenoot was het niet gemakkelijk. We waren getrouwd in normale omstandigheden en mijn ziekte is er plots bijgekomen. Hij werd er middenin gegooid. Een eetstoornis maakt veel kapot. Dingen zoals uit eten gaan, doe je niet meer en daardoor geraak je niet enkel zelf maar ook als koppel geïsoleerd. Mijn ziekte is niet de reden van mijn scheiding, maar het zorgde wel altijd voor een zekere geladenheid.’

‘De afgelopen twaalf jaar zijn er zeker ook periodes van herstel geweest – waarin ik een goed gewicht had en mentaal in balans was – maar de ziekte blijft toch steeds sluimerend aanwezig. Bepaalde gebeurtenissen kunnen ervoor zorgen dat er weer een depressievere periode aanbreekt en de eetstoornis heviger opspeelt. In het begin van dit jaar heb ik een terugval gehad. Ik heb nochtans een heel fijn leven: een fantastische partner, een leuke job en een warme band met familie en vrienden, maar het kan heel snel gaan. Mijn vriend en ik zijn nog niet zo lang samen en het was de eerste keer dat hij echt met mijn ziekte geconfronteerd werd, al was hij van bij het begin van onze relatie op de hoogte. Ik heb het geluk dat hij enorm veel begrip heeft en me ongelooflijk steunt. Al stelt hij zich ook heel wat vragen en voelt hij zich schuldig omdat hij niet gezien heeft dat het slechter met me ging. Dat neem ik hem niet kwalijk. Je kan de ziekte goed verstopt houden en een partner is natuurlijk ook geen therapeut. Ik weet nu dat ik in de toekomst nog alerter zal moeten zijn en nog sneller aan de alarmbel zal moeten trekken. Dat is niet makkelijk, want toegeven dat het niet zo goed gaat, stond voor mij tot nu toe gelijk aan toegeven dat ik gefaald hebt …’

‘Mentaal voel ik me al een stuk beter, maar lichamelijk ben ik nog volop aan het herstellen. Bijkomen in gewicht vraagt nu eenmaal tijd. Je lichaam moet zich aanpassen en ook de ziekte kan je niet van de ene op de andere dag uitschakelen. De tijd dat ik zomaar achteloos dingen in mijn mond stopte, is voorbij. Voor anderen is eten een vanzelfsprekendheid, maar ik denk aan wat er de volgende dag op de weegschaal gebeurt. Die gedachten blijven opspelen en moet je telkens weer corrigeren … Hoewel ik graag eet, blijft er altijd een zekere remming. Dat is heel irrationeel, maar zo zit de ziekte nu eenmaal in elkaar.’

‘Je kan niet werken aan herstel zonder erin te geloven. Een leven opbouwen zonder dat de eetstoornis me hindert om mijn dromen te verwezenlijken, is mogelijk. Ik zie genoeg voorbeelden rondom mij. Ik hoop mee iets aan het onbegrip voor anorexia te kunnen veranderen. Er is nog zo veel onwetendheid. Terwijl iedereen het er bij lichamelijke ziekten over eens is dat het je overkomt, dat je de genezing niet zelf in handen hebt, is de perceptie van een psychische ziekte totaal anders. Daar zou je het herstel wél volledig zelf bepalen. ‘Eet gewoon wat beter’, maar daarmee is het natuurlijk niet opgelost. Het is jammer dat dat beeld overeind blijft, want zo word je vaak gestigmatiseerd of zelfs wat met de vinger gewezen. Sommige vrienden haken er zelfs door af. Ook over de behandeling van eetstoornissen in ons land maak ik me zorgen. Die zijn bedoeld voor de grootste gemene deler. Zoek je een andere behandelingsvorm, dan kan je op weinig plaatsen terecht. Word je als volwassene opgenomen, dan kom je meestal in een zeer heterogene groep terecht. Je zit er samen met tienermeisjes terwijl de leefwereld van een dertiger heel verschillend is van die van een zestienjarige. En dan zijn er nog de wachtlijsten … Een ziekte werkt niet volgens een wachtlijst. Hoe langer een eetstoornis aansleept, hoe groter de gevolgen zijn.’

‘Ik geloof heel sterk in de hulp van ervaringsdeskundigen. Natuurlijk is ook professionele hulp nodig, maar niemand begrijpt het beter dan iemand die het zelf meemaakte. Een uurtje therapie is vaak niet voldoende om dagelijks opnieuw de kracht te vinden – want het blijft een dagelijkse strijd die je moet voeren – en dan is goede ondersteuning echt onmisbaar. Ervaringsdeskundigen handelen vaak vanuit liefde, vriendschap en warmte. Dat zijn dingen die ze in een klinische omgeving minder kunnen geven. Af en toe heb je gewoon eens een schouderklopje nodig. Of iemand die je met de neus op de feiten drukt, en dat hoor je liever van iemand die uit eigen ervaring spreekt. In Leuven is er een inloophuis van patiëntenvereniging AN-BN waar mensen met een eetstoornis en hun omgeving terecht kunnen. Hoewel ik al lang van het bestaan afwist, heb ik pas vorig jaar de stap durven te zetten. Het was ook voor mij een enorme drempel, maar ik ben blij dat ik het gedurfd heb. Ik ben er intussen als vrijwilliger actief en werk aan een boek voor volwassenen met een eetstoornis. Ik hoop zo mijn steentje bij te kunnen dragen aan het doorbreken van het taboe rond eetstoornissen dat hardnekkig overeind blijft.’

Volwassen en anorexia?
Hoewel heel wat mensen bij anorexia vooral aan tieners denken, komt het steeds vaker bij volwassen voor, vaak zelfs zonder dat de buitenwereld meteen gealarmeerd is. Sommige van deze vrouwen hadden ook als tiener met een eetstoornis te maken, bij anderen onstaat de ziekte op volwassen leeftijd voor het eerst. Heel wat van deze vrouwen hebben ogenschijnlijk een perfect leven: een verantwoordelijke job die ze glansrijk met een warm gezinsleven lijken te combineren. Anorexiapatiënten ervaren vaak een enorme druk van de maatschappij. Wanneer ze het gevoel hebben dat ze de controle verliezen of niet lijken te voldoen aan de verwachtingen van buitenaf, kan dat een eetprobleem in de hand werken. Door hun eetgedrag te controleren, krijgen ze het gevoel weer grip op hun leven te krijgen. Perfectionisme, een negatief zelfbeeld, het willen behagen van anderen en de angst om controle te verliezen zijn karaktertrekken die iemand vatbaarder maken om een eetstoornis te ontwikkelen. Voeding, het getal op de weegschaal en calorieën tellen worden een obsessie die op termijn ook de gezondheid ernstig in gevaar brengt. Vijf à tien procent van de patiënten sterft aan de ziekte. Gelukkig hebben vrouwen die op latere leeftijd een eetstoornis ontwikkelen, een grotere kans op genezing. Vermoedelijk draagt de extra levenservaring ertoe bij dat therapie bij volwassen beter aanslaat dan bij tieners.

Karoliens boek verschijnt eind dit jaar bij Uitgeverij Garant. Vragen als ‘licht ik mijn werkgever in over mijn ziekte?’, ‘welke invloed heeft een eetstoornis op je gezin?’ … worden besproken. Wie (anoniem) wil meewerken aan het onderzoek voor het boek, kan terecht op karoselhorst@gmail.com of haar blog:http://levenmeteeneetstoornis.wordpress.com.

BRON: http://www.goedgevoel.be/gg/nl/69/Anorexie/article/detail/1742388/2013/11/18/Anorexia-niet-enkel-een-tienerziekte.dhtml

Eigenlijk ben ik eens blij dat het niet alleen over tieners gaat, maar ook volwassenen en zowel mannen als vrouwen die tegenwoordig ermee te kampen hebben. Het is voor hen een echt gevecht een strijd om te overwinnen. Dat zeker niet makkelijk is. 

AUM NAMASTE BOEDDHA BRUNO
Om Shanthi,
spiritueel en het aardse moet men kunnen verbinden

http://users.telenet.be/Boeddha_Bruno/

 

AUM MANI PADME HUM